Samen werken

Als Haagse ChristenUnie/SGP spreken we vaak over het werken aan een ongedeeld Den Haag waarin de gemeenschapszin bloeit. Maar wat betekent dat eigenlijk? En hoe pakken we dat aan? Den Haag is een stad van contrasten. Van macht en kwetsbaarheid. Van internationale allure en stille armoede. Van prachtige wijken met luxe woningen op het zand en de armste wijken van Nederland op het veen. Als inwoner van deze stad en als raadslid kom ik op veel plekken. En elke keer weer vallen mij die ongelooflijke verschillen op. Ze komen tot uiting in de bouwstijl, het onderhoud van woningen, het winkelaanbod, in versteende of juist groene straten. En minder zichtbaar: in de levensverwachting en de schuldenproblematiek.

Verharding

Ik ervaar die tegenstellingen in de stad steeds meer ook in de politiek in het Haagse stadhuis. De verharding en het telkens verder uiteenlopen van tegenstellingen is zichtbaar. Het gaat erom dat ík gehoord word en míjn standpunt helder is. Dat mijn achterban ziet dat ík me inzet, standvastig ben en me niet laat overhalen tot compromissen. Het ”samen”, het gezamenlijke gevoel verantwoordelijk te zijn voor de héle stad, voor alle inwoners, staat onder druk. Als ChristenUnie/SGP spreken we vaak over het werken aan een ongedeelde stad. Aan het verkleinen van die tegenstellingen. Want we zijn samen Den Haag. Dat onderschrijft iedereen, maar als puntje bij paaltje komt, laten daden nog wel eens te wensen over. Een ongedeelde stad willen zijn, wat betekent dat eigenlijk? Dit vraagt wat van je. Want tegenstellingen verkleinen betekent niet alleen ”de ander” vooruithelpen, maar misschien ook zelf wat inleveren.

Onder armoedegrens

De wijk Laakkwartier kent veel kwetsbaarheid. Er wonen vele arbeidsmigranten. Ze worden soms wel met zijn tienen in huizen van 60 vierkante meter gepropt, tegen huren van honderden euro’s per maand per persoon. Ruim 50 procent van de mensen in de wijk is laaggeletterd. Duizenden huishoudens hebben schulden. Nog meer huishoudens leven onder de armoedegrens. In Laakkwartier vangen we als gemeente in een paar gebouwen meer dan duizend kwetsbare mensen en vluchtelingen op. Waar het kan, helpen wijkgenoten. Aan de andere kant van de stad ligt de Vogelwijk. Minder dan 3 procent van haar inwoners is laaggeletterd. Nog geen 2 procent van de woningen is een sociale huurwoning. Het gemiddelde jaarinkomen per huishouden is een ton (100.000 euro!). De wijk kent sociale cohesie, want het leven is comfortabel genoeg om ook naar de ander om te zien. Er is plek om vierhonderd dakloze en kwetsbare mensen op te vangen, maar het gebeurt niet. Want veel mensen in de Vogelwijk gebruiken alle kanalen die ze hebben om dat tegen te houden.

Gemeenschappen

Natuurlijk kan een ingewikkeld politiek dossier, wat de opvang van daklozen en vluchtelingen vaak is, niet zomaar even platgeslagen worden. Zulke voorbeelden laten echter pijnlijk zien dat ”samen” voor veel mensen op lijkt te houden als het ook wat van hen vraagt. Als ChristenUnie/SGP benadrukken we daarom het belang van gemeenschappen, waar sterke en zwakkere schouders elkaar ontmoeten. Waar mensen elkaar leren kennen, kan sociale samenhang ontstaan en groeien. In het Laakkwartier zit bijvoorbeeld wijkcentrum De Rank. Een kerk waar tal van maatschappelijke initiatieven ontplooid worden en meerdere kerkgemeenschappen gehuisvest worden. Daar weten mensen zich gezien, krijgen ze hulp en ervaren ze saamhorigheid. God heeft mensen geschapen om in relatie met elkaar te leven.

Woningbouw

De gemeenteraadsverkiezingen zijn aanstaande en we hebben gekozen voor een programma getiteld ”Geloof in Den Haag”. Daarmee zetten we die kracht van de samenleving centraal. Pas als laatste komt de overheid aan bod. Door de kracht van de samenleving is een plek leefbaar en zit er een ziel in de buurt, wijk of stad. De overheid moet dat niet regelen, maar wel faciliteren, versterken en er ruimte aan geven. Zodat gemeenschappen kunnen bloeien. Dat klinkt best logisch, maar de praktijk is weerbarstig. Want hoe doe je dat? Misschien wel vooral door rekening te houden met het ”samen”. Door bij het vaststellen van bouwplannen ervoor te zorgen dat er niet alleen maar kleine studiootjes gebouwd worden, waarin mensen zich in hun eentje kunnen terugtrekken en hun buren niet hoeven te zien of te spreken. De eenzaamheid is vele malen ernstiger dan voorheen. Niet vreemd, als je ziet hoe de woningbouw daarin voorziet. Een keerpunt begint met ruimte bieden aan ontmoeting. Maar keer op keer is de realiteit dat bij nieuwbouw de ruimte voor gemeenschappen ontbreekt. Want het is niet rendabel om daarmee te rekenen. Een ontwikkelaar bouwt liever huizen dan gemeenschapsruimtes of ruimtes voor kerken.

Ruimte voor kerken

Haagse kerken hebben daarom onvoldoende ruimte. 35 kerken zijn op zoek naar een plek om samen te komen. Maar als ze bij de gemeente aankloppen, staan ze voor een dichte deur. De overheid weet kerken heel goed te vinden als die nodig zijn als partner in de strijd tegen bijvoorbeeld armoedebestrijding. Als echter de ruimtevraag op tafel komt, gaat de deur dicht.

Als landelijke ChristenUnie lanceerden we in februari het manifest ”Ruimte voor kerken”. Daarin pleiten we voor een dienstbare overheid die ook oog heeft voor geloofsgemeenschappen. Een overheid die de kracht van de samenleving de ruimte geeft, moet ook geloofsgemeenschappen de ruimte bieden. Door ze te zien als een onmisbaar onderdeel van een stad en van mensenlevens. Door te erkennen dat mensen geloven en dat ze zingeving, ontmoeting en verbinding nodig hebben. En dat dit begint met het hebben van een fysieke ruimte. Van daaruit wordt door geloofsgemeenschappen het sociale weefsel dat de laatste jaren zo afbrokkelt stap voor stap een klein beetje hersteld of weer opgebouwd.

Spanningsveld

Daarmee zijn we bij Romeinen 12:11: „Wees niet traag wat uw inzet betreft.” Of zoals de Nieuwe Bijbelvertaling het zegt: „Laat uw enthousiasme niet bekoelen.” Dat betekent een spanningsveld voor een politicus. Want politieke inzet is intens, complex en soms ontmoedigend. Resultaten laten op zich wachten en idealen botsen soms met de realiteit. Tegenwoordig sta je als voorstander van ruimte voor kerken vaak alleen aan het touw te trekken. Gelukkig gaat Romeinen 12:11 verder: „Wees vurig van geest.” Dat proberen we als fractie en dat probeer ik als raadslid te blijven. Daar bidden we voor en daar vragen we gebed voor. Het is de Geest die ons blijft aansporen om ons in te zetten voor verbinding, voor het ”samen”.

Judith Klokkenburg is lid van de gemeenteraad van Den Haag namens de ChristenUnie-SGP. Zij hield op 17 februari mei deze toespraak tijdens de residentiepauzedienst in de Waalse Kerk in Den Haag