Samen regeren

Politici moeten zich niet afvragen: wat levert dit op voor ‘mijn’ mensen? Maar dieper: wat doet dit met ons als samenleving? Wat is rechtvaardig, houdbaar en (zichtbaar) goed voor het grotere geheel? „Wie niet gelooft in wonderen is geen realist.” Dat zijn geen woorden van Paulus (althans niet letterlijk), maar van mijn favoriete filosoof Herman Finkers. Toch hebben ze misschien meer dan je op het eerste gezicht denkt te maken met wat Paulus in Romeinen 13:17b schrijft: „Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen.” Paulus schreef deze woorden aan een gemeenschap in Rome die diep verdeeld was. Het is een eenvoudige zin. Maar in de toenmalige wereld was deze opdracht allesbehalve eenvoudig. In Rome leefden Joodse en niet-Joodse volgelingen van Jezus samen. Ze kwamen enorm met elkaar in botsing over gebruiken en wetten, over wat wezenlijk is en wat niet. Die verdeeldheid liep langs lijnen die we vandaag de dag goed herkennen: achtergrond, cultuur, religie, identiteit. En onder die botsingen ligt een vraag die ook van alle tijden is: wie bepaalt de koers van de samenleving? En van wie is de gemeenschap eigenlijk? „Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen.” Dat klinkt als een vriendelijke bijzin, maar houdt een principiële keuze, een morele oriëntatie in. En de geschiedenis laat zien wat er op het spel staat. Want in het jaar 70 na Christus wordt Jeruzalem verwoest door de Romeinen. Er ontstaat in deze stad tussen Joodse en niet-Joodse volgelingen van Jezus, die tot dan toe toch samen optrokken, een geleidelijke breuk. Hun wegen scheiden in wat we later de synagoge en de kerk zijn gaan noemen. Van die breuk dragen we, tot onze spijt, tot op de dag van vandaag de gevolgen.

Genade

Wij leven opnieuw in een tijd van spanning en onzekerheid. Wereldwijd zijn er oorlogen, verschuivende machtsverhoudingen en grote vragen rond klimaat en migratie. Ook in Nederland is vertrouwen niet vanzelfsprekend. Dat merk je bijvoorbeeld aan de protesten tegen vluchtelingenopvang en de bezettingen door klimaatactivisten, aan de zorgen over bestaanszekerheid, aan mensen die zich niet gehoord voelen. Ons politieke landschap is versnipperd geworden. Hoe moeilijk is het soms om elkaar nog te vinden. In die situatie wordt iets zichtbaar van wat Paulus ook zag: samenwerken is kwetsbaar. Omdat identiteit belangrijker wordt dan samenwerking. Omdat gelijk krijgen belangrijker wordt dan het goede doen. Er is een nieuwe soort verzuiling, met bubbels waarin mensen elkaar vinden in hun weerstand tegen andere groepen mensen. Die nadruk op het individuele belang leidt echter tot vervreemding en vereenzaming. Mensen voelen zich niet meer thuis in hun buurt. Jongeren vragen zich af: waar hoor ik bij? Ben ik wel goed genoeg om mee te doen, ook als ik mezelf ben? En is er nog genade? Want genade houdt niet alleen vergeving in, maar ook: elkáár genadig zijn en elkaar grootmoedig toelaten in je omgeving en in je eigen leven. Dat is ook het probleem waar Paulus bijna 2000 jaar geleden over schreef.

Begrip opbrengen

In zo’n tijd is politiek méér dan debatten voeren en beleid maken. Het is verantwoordelijkheid dragen voor het grotere geheel. Je realiseren dat je niet voor jezelf leeft, maar méér moet maken van het talent, de rol en de positie die je gegeven zijn. Politici moeten zich niet afvragen: wat levert het op voor ‘mijn’ mensen? Maar dieper: wat doet dit met ons als samenleving? Wat is rechtvaardig, houdbaar en (zichtbaar) goed voor het grotere geheel? Het is belangrijk dat we ons zichtbaar en voelbaar bekommeren om de ziel van de samenleving.

Zeker als samenwerken kwetsbaar is. Als er een minderheidscoalitie is. Als je afhankelijk bent van mensen die anders denken, kijken en geloven. Juist dan komt het erop aan voor alle mensen het goede te doen, zoals Paulus zegt. Dat doet een beroep op onszelf. We moeten luisteren om te begrijpen, in plaats van luisteren om te reageren. Begrip opbrengen voor hoe een ander naar iets kijkt. Bezien of we er samen uit kunnen komen. De Talmoed bevat een anekdote over twee rabbijnen die zo intens met elkaar in discussie waren over de waarheid van de Thora dat de muren van het huis begonnen te schudden. Ze vielen echter niet om, maar bleven scheef staan. Als het ware uit eerbied voor beide stemmen, zolang beide stemmen maar bleven klinken. Dus: zolang we met elkaar blijven praten, blijven de muren overeind staan.

Wedstrijd

Wat dat betreft lijkt politiek tegenwoordig vaak op een wedstrijd om ”alles of niets”. Er wordt dan een politieke winst- en verliesrekening bijgehouden. Maar de vraag van Paulus laat zich niet wegduwen: ben je bedacht op wat goed is voor álle mensen? In de politiek én in de samenleving? Want samenleven doe je niet alleen. Dat vraagt onderhoud en daar zijn wij persoonlijk verantwoordelijk voor. Ergens in de marge klinkt dan die zin van Herman Finkers: „Wie niet gelooft in wonderen is geen realist.” Misschien is precies dat nodig. Geen naïef optimisme, maar het realisme dat weet hoe kwetsbaar samenwerking is en tóch gelooft dat die mogelijk is. Dat het goede het kan winnen van het eigen gelijk. Die verdeelde christelijke gemeenschap ten tijde van Paulus is voor ons zo herkenbaar. Maar we kunnen ook anno 2026 werken aan geleidelijk herstel. In kleine, betekenisvolle stappen. Buurtmoeders die omkijken naar kwetsbare kinderen in een wijk met veel problemen. Verenigingen waar mensen niet alleen samen sporten, maar elkaar zo nodig ook support bieden. Misschien is dát het wonder waar wij allemaal aan mogen meewerken.

Loslaten

Dat vraagt van politici ook loslaten. Tevreden zijn als je minder dan 100 procent van je verkiezingsprogramma kunt realiseren, doordat je anderen ook wat gunt. We zijn een coalitieland. Of we nu met een meerderheid of met een minderheid regeren, we regeren sámen. De woorden van Paulus zijn oud. Maar zijn appel is verrassend concreet.

Mr. H.S. Steen is lid van de Tweede Kamerfractie van het CDA. Zij hield op 21 april deze toespraak tijdens de residentiepauzedienst in de Waalse Kerk in Den Haag