Onze geschiedenis herinnert ons aan de scheppende kracht van de mens. Denkt u maar aan enkele innovaties van de afgelopen eeuw: de ontdekking van penicilline of de transistor en de komst van het internet. Ze gaven ons redding tegen dodelijke bacteriën, de basis voor moderne computers en wereldwijde communicatie. Ook nu maken we een ontwikkeling door waarover wordt gezegd dat het de vierde industriële revolutie is. Een ontwikkeling waarin kunstmatige intelligentie een belangrijk aandeel heeft. Je zou het ook een ‘levensecht sociaal experiment’ kunnen noemen…
De mens is creatief en in staat om het goede te ontwikkelen. Dat kan leiden tot vooruitgang. Een oud voorbeeld van vernieuwing is de bouw van de tabernakel. Hierbij werden geavanceerde ambachtelijke technieken en organisatiemethoden ingezet. Innovatie stond daarbij in dienst van een hoger doel: een plek van rust, heiligheid en gemeenschap creëren.
Maar het is wel de helft van ons verhaal. Als mensen zijn we net zo goed in staat tot destructie. Ook dat leert de geschiedenis ons. Innovatie en ontwikkeling zijn nu eenmaal nooit neutraal. Zouden ons ontwikkelen en innoveren, niet moeten bijdragen aan het goede samenleven? Bij elke vernieuwing is daarom dé fundamentele vraag: wat, waarvoor en waartoe scheppen wij eigenlijk?
In Exodus kwam ik – dankzij Jonathan Sacks – op een spoor voor het begin van een antwoord. Het verhaal over het Joodse volk dat een grote verandering doormaakte. Van Egypte naar het Beloofde land. Van slavernij naar vrijheid. Mozes moest leiden. Zijn leiderschap – en dat raakt nogal eens ondergesneeuwd – kon alleen bestaan dankzij zeven moedige vrouwen. Onder hen waren de vroedvrouwen Sifra en Pua. Zij gaven op een cruciaal moment een gezicht aan de morele verbeelding tegen het centrum van de macht. De weerloze Mozes bleef leven. Waarom? Omdat zij weigerden het immorele bevel van de farao op te volgen om pasgeboren jongetjes te doden. Morele moed is onmisbaar zodra systemen of machthebbers de menselijke maat uit het oog verliezen.
Dit verhaal herinnert ons eraan dat scherpte geboden is wanneer de menselijke waardigheid op het spel staat. Zonder dit besef kan een respectvolle manier van samenleven in de gevarenzone komen. Hoe blijven we uit ‘de gevarenzone’ vandaag? Wat zijn de ‘bevelen’ van onze tijd die om een moreel ‘nee’ vragen? Zeggen we bijvoorbeeld blindelings ‘ja’ tegen systemen als kunstmatige intelligentie? Hoe gaan we om met gecentreerde politieke en economische machten die zoveel invloed hebben op ons welzijn? Vandaar een appèl. Om samen opnieuw een dialoog over onze morele weerbaarheid te voeren. En voor zo’n gesprek zijn wat mij betreft enkele bouwstenen onmisbaar.
Allereerst: de acceptatie van het nu. Een verlangen naar grootmoederstijd, is een verlangen naar een tijd die nooit bestaan heeft. Onze tijd is natuurlijk wel, door alle snelle ontwikkelingen, ingewikkeld te noemen. Daarom is het nodig om met elkaar een tolerantie voor complexiteit te ontwikkelen. En daar hoort bij dat we de waarde van nuance omarmen. Veel ontwikkelingen hebben twee kanten. Algoritmes, kunstmatige intelligentie en data beloven ons efficiëntie, gemak en voortuitgang. En dat brengen ze vaak ook. Maar als we eerlijk zijn, voelen we allemaal dat er onderhuids iets schuurt. Ook een zekere matiging van het ‘ik’ is wenselijk. Dat vraagt om betrokkenheid bij de ander. Ook bij degene die niet in jouw bubbel zit. Zeker omdat de digitale echoputten ons eigen gelijk versterken en het wantrouwen naar de ander voeden.
Tot slot, een afgestoft besef dat administratieve gerechtigheid anders is dan billijkheid, is behulpzaam. Het behalen van je strikt juridisch gelijk is wat anders dan het redelijke samenleven. Niet makkelijk, maar is hiervoor ruimte tussen organisaties, tussen mensen? Ja, en nu we toch in Den Haag zijn… als het gaat om menswaardig samenleven, kunnen we de verantwoordelijkheid niet volledig bij het individu of gemeenschappen neerleggen; ook de overheid draagt verantwoordelijkheid voor de ruimte waarin mensen het goede kunnen zoeken.
Laat de overheid daarbij niet streven naar wat Klaas Dijkhoff ‘een rubberen-tegels-samenleving’ noemt. Het creëren van een overbeschermde wereld zonder risico’s. Laten we niet alles dicht regelen en reguleren. Dat is onhaalbaar en erger nog; die regelzucht, gaat ten koste van de ademruimte van de samenleving. Tegelijk, daar waar innovaties dwingende machtsconcentraties in de hand werken moet juist wel sprake zijn van bescherming. Menswaardigheid wordt echter niet bewaakt door regels alleen. Zij leeft bij de gratie van mensen die verantwoordelijkheid nemen voor het goede samenleven. Daarom klinkt de oproep uit Romeinen 12:18 vandaag onverminderd actueel: “Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in vrede met alle mensen.” Dit gaat niet om passieve vrede, het is een actieve opdracht. Morele weerbaarheid betekent dat we helder hebben waar we ‘ja’ tegen willen zeggen om goed samenleven in de praktijk te brengen. Het betekent ook dat we ‘nee’ durven te zeggen tegen datgene wat vrede afbreekt. En daar is actief burgerschap voor nodig in plaats van een onverschillig individualisme. En een dienende overheid die ruimte biedt aan een verantwoordelijke samenleving.
Augustinus schreef ooit: ‘een volk is een genootschap van mensen die verenigd worden door de dingen die zij liefhebben’. Onze deugden, zoals moed, matigheid en rechtvaardigheid, komen voort uit die gedeelde liefde. Laat die liefde ons weer in beweging zetten. De geschiedenis laat zien dat mensen tot goede dingen in staat zijn. De bouw van de tabernakel. Het ontwikkelen van penicilline, transistors en het internet. We hebben bewezen dat we de wereld technologisch kunnen transformeren. De uitdaging van onze tijd is echter niet digitaal of technologisch van aard. Het is ‘morele vernieuwing’. Dat vraagt dat wij, met alle innovaties en ontwikkelingen van deze tijd, opnieuw verantwoordelijkheid nemen voor onze morele weerbaarheid, zodat het goede samenleven niet in de gevarenzone komt. Om in een wereld van macht en kracht vorm te geven aan menselijkheid en redelijkheid. Want, wat hebben we aan een wereldwijd internet, voor ons denkende, kunstmatige systemen als we niet meer in staat zijn van mens tot mens met elkaar te communiceren?
Wat hebben we aan de rekenkracht van microchips als we de morele wijsheid verliezen om ‘het goede’ te doen? Echte vooruitgang is niet alleen een kwestie van techniek, maar van sámen ontwikkelen. Van een samenleving die oefent in de moraliteit. Laten we onze scheppende kracht gebruiken om te bouwen aan een samenleving die niet alleen slimmer en sneller wordt, maar bovenal menswaardiger en rechtvaardiger.
J. van der Tak MSc BEc is burgemeester van Barneveld. Hij hield op 14 september deze toespraak tijdens de residentiepauzedienst in de Waalse Kerk in Den Haag