Overheid, geef oplossen problemen vaker uit handen

Politieke bestuurders moeten de moed hebben om de samenleving voor te bereiden op gure en onzekere tijden. De overheid kan niet elke crisis verhelpen, maar wel mensen en partijen bij elkaar zetten die een deel van de oplossing in handen hebben.

De kerstbijlagen van kranten en tijdschriften stonden vol met beschouwingen over de vele crises. Volgens de Financial Times was 2022 en is 2023 te vatten in het woord ”polycrisis”. We hebben een verzameling van met elkaar samenhangende en in elkaar grijpende crises op te lossen.

Laat ik beginnen met een kritische kanttekening bij het huidige spreken over crises. Veel problemen die nu tot crisis zijn gebombardeerd, zijn eigenlijk verwaarloosde problemen: stikstof, wonen, opvang vluchtelingen, klimaatverandering, zelfs de energiecrisis. Zo beschouwd was de coronapandemie eigenlijk de enige echte crisis van de afgelopen jaren. Tegen de ”crisisinflatie” zijn twee belangrijke bezwaren in te brengen.

Strijd om aandacht

In de eerste plaats wordt een crisis gebruikt als reden om de gangbare democratische spelregels te omzeilen. Er is immers haast bij, de roep om daadkracht klinkt en er wordt leiderschap verwacht. En dan geldt het als geoorloofd om enkele mensen de bevoegdheid te geven om snel te beslissen en te handelen.

Een gevolg is dat er mensen zijn die belang hebben bij de instandhouding van een crisissituatie. Dat zijn de mensen die de taak hebben gekregen om snel te handelen en moeilijke knopen door te hakken. Zij hebben de macht.

In een crisis verliest het draagvlak het van de daadkracht. Dat is soms geoorloofd, maar vraagt om enorme behoedzaamheid. Die situatie mag niet te lang duren. Daar mag geen misbruik van gemaakt worden.

In de tweede plaats trekken crises alle aandacht naar zich toe. Dat gaat ten koste van andere belangrijke, maar misschien iets minder dringende vraagstukken. We zien nu een voortdurende strijd om aandacht in politiek Den Haag. Als je als partij of maatschappelijke organisatie jouw vraagstuk op de politieke agenda wilt hebben, dan moet je vandaag de dag urgentie creëren: crisis! Als gevolg daarvan verliezen andere grote opgaven en vraagstukken het in deze strijd om aandacht. Totdat ze zijn verworden tot een nijpend probleem en we er alsnog het etiket ”crisis” op kunnen plakken.

Handvatten voor houvast

Deze kritische kanttekeningen ten spijt, is het een feit dat we in ongekende tijden verkeren, waarin alles op scherp staat. Er zijn nu tal van opgaven die gelijktijdig op ons afkomen en waarop we een antwoord moeten vinden. Daarom drie handvatten voor houvast tijdens ”crises”.

1. Reserveer capaciteit, denkkracht, geld en tijd voor doorlopende vraagstukken die buiten de crisisthema’s vallen. Kortom, laat mensen in je organisatie nadenken over de grote vraagstukken, de onderstroom. Voorkom daarmee dat zulke vraagstukken over enkele jaren alsnog tot ”crisis” bestempeld kunnen worden.

2. Wees eerlijk en realistisch over wat de overheid vermag. In politiek Den Haag zie ik heel sterk dat politici comfort willen bieden, onzekerheid ongedaan willen maken. Het resultaat: een energieplafond dat de belastingbetaler miljarden kost, zonder dat duidelijk is hoe we dat gaan financieren. Economen hebben het al over de compensatiesamenleving, waarbij elke tegenvaller op kosten van de overheid –van ons als belastingbetaler dus– wordt gecompenseerd.

Ik verwacht van politieke bestuurders dan ook de moed om de samenleving voor te bereiden op gure en onzekere tijden. Het leven is lang niet altijd leuk en comfortabel. Dat kan de overheid vaak niet oplossen. Of ze heeft er geen taak in. Beatrice de Graaf schrijft: „We staan op de rand van een ander, chaotischer, gevaarlijker tijdperk. De dreigingen van nu gaan de capaciteiten van de regering, van de natiestaat te boven. Alle zeilen moeten worden bijgezet. De centrale overheid moet een eerlijker en dus moeilijker (want ingrijpender en minder rooskleurig) verhaal vertellen (…).”

3. Zie de huidige samenloop van dringende beleidsopgaven als een kans om verandering in gang te zetten en mensen daarbij te betrekken. De overheid kan niet elk probleem oplossen, maar wel het zoeken naar oplossingen faciliteren, door mensen en partijen bij elkaar zetten die een deel van de oplossing in handen hebben. Een voorbeeld is de energiearmoede. Moet de overheid betalen? Of kan de overheid ook solidariteit organiseren? Bijvoorbeeld door kerken te helpen die een energiefonds voor gezinnen in de knel starten, om zo het geld te kunnen brengen bij de mensen die het nodig hebben. Besturen is immers ook: de voorwaarden creëren om anderen te kunnen laten doen wat nodig is.

Talenten

Het Bijbelverhaal over Jozefs inspanningen om de zeven hongerjaren door te komen, leert ons: besturen is ontwikkelingen en gebeurtenissen tijdig voorzien, rekening houden met wat komen kan en ons daarop voorbereiden. Dat doen we in de wetenschap dat ons talenten zijn gegeven die we moeten inzetten om onze verantwoordelijkheid te nemen.

De auteur is directeur van het Interprovinciaal Overleg. Dit artikel is gebaseerd op de toespraak die hij op 17 januari hield tijdens de residentiepauzedienst in de Waalse Kerk in Den Haag.

Posted in SGP

Overheid die wil dienen stelt gezin centraal

Als u ’s avonds thuiskomt, denkt u dan aan hoe Ursula von der Leyen en Frans Timmermans het maken? Nee, toch?! Als u thuiskomt en u heeft het voorrecht huisgenoten te hebben, dan denkt u toch allereerst aan hen.

Mijn gedachten zijn uiteraard best eens bij die overheidsfunctionarissen die ik zojuist noemde. De ene keer zijn mijn gedachten positief gestemd. De andere keer ben ik er wat somberder over. En misschien dat laatste nog wel het meest.

Aan de overheid denk je als het wat minder goed gaat. Als er corona is en het de vraag is of je nog naar de kerk mag. Of je mag je winkel niet meer opendoen. Aan de overheid denk je ook als de energierekening tot grote hoogten stijgt. Of als je te veel belasting betaalt over je spaargeld.

Maar je kunt ook aan de overheid denken bij de mooie en fijne zaken in het leven. Denk aan een trouwdag of de aangifte van de geboorte van je kind. Of als je een paspoort gaat halen voor die mooie reis die je gaat maken. Maar dat is dan wel in je eigen gemeente en dus dichtbij.

Goede geboden

Ik weet niet hoe het u vergaat. Maar als op mij een vraagstuk afkomt, dan grijp ik in eerste instantie terug op Exodus 20. Gods goede geboden. En als ik iets meer ruimte en tijd heb, dan kijk ik naar de vragen en antwoorden in de aloude Heidelbergse Catechismus.

In dit geval, als het over de overheid gaat, zoek ik naar de vraag en het antwoord over het vijfde gebod. Zondag 39, vraag en antwoord 104. Daar lees ik dat God in het vijfde gebod van ons vraagt onze vader en moeder, en allen die over ons gesteld zijn, alle eer, liefde en trouw te bewijzen. Dat we ons aan hun goede leer en straf met behoorlijke gehoorzaamheid moeten onderwerpen en geduld moeten hebben met hun zwakheid en gebreken, omdat het God belieft ons door hun hand te regeren. Het begint dus heel dichtbij. Er staat niet: eert de Koning, de minister-president of de burgemeester. Er staat: eert uw vader en uw moeder. Het gezag dat het dichtst bij ons staat.

Laten we daar nog wat op inzoomen. Want als we het over dat gezag hebben, dan hebben we het ook over een relatie. Tussen ouders en kinderen. Als het goed is, ontwikkelt een relatie tussen een kind en zijn of haar ouders zich. Van afhankelijkheid van het kind tot een wederzijds respectvolle relatie. Soms worden ouders zelfs afhankelijk van hun kinderen.

En als we het over een relatie hebben, kan het niet anders of er is sprake van liefde voor elkaar. Liefde die best wel eens onder druk kan staan, liefde die best wel eens spannend is op de moeilijke momenten in het leven. Zeker als de afstand fysiek groter of het contact minder frequent is, kan er wel eens onbegrip of verwijdering ontstaan. Toch blijf je familie.

Europese overheden

Het antwoord in de Heidelberger Catechismus begint wel met vader en moeder, maar eindigt daar niet mee. Het vervolgt met „allen die over mij gesteld zijn.” Dat kun je breed zien. School, werk, kerk, clubs en wat voor verbanden er ook allemaal zijn.

In de tekstverwijzingen bij zondag 39 staat ook Romeinen 13. Wat me bij dit tekstgedeelte opvalt, is dat het wordt voorafgegaan door tekstgedeelten die spreken over de liefde. „De liefde zij ongeveinsd. Hebt een afkeer van het boze, en hangt het goede aan” (Romeinen 12:9). „Indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met alle mensen” (Romeinen 12:18). Maar ook daarna: „De liefde doet de naaste geen kwaad. Zo is dan de liefde de vervulling der wet” (Romeinen 13:10).

Zou dit niet een aanwijzing kunnen zijn dat er tussen overheden en onderdanen ook sprake moet zijn van een soort wederzijdse liefde, van een soort relatie? En zou het ook niet zo kunnen zijn dat, hoe verder overheid en onderdaan van elkaar verwijderd zijn, hoe lastiger het is om aan te voelen wat de een doet en de ander nodig heeft?

De Heidelbergse Catechismus is een Europees document. Het komt voort uit de Reformatie, een Europese beweging! Wat zijn die Europese overheden? In ieder geval alle overheden en overheidslagen in Europa.

Vrede

In Romeinen 13 staat dat ieder mens zich moet onderwerpen aan het gezag. De gezagsdragers zijn door God ingesteld en daarmee Gods dienares. Elke overheidslaag hebben we op die wijze te bezien en daar hebben we ook naar te handelen. Tegelijk moet er wel sprake zijn van wederkerigheid. Daarom is mijn oproep richting alle overheidslagen: dien je onderdanen!

Hoe dien je die onderdanen het beste? Door oog te hebben voor wat belangrijk voor hen is! Wat is voor hen het meest belangrijk? Dat het goed gaat met hun (directe) naasten. Hun familie. Hun gezin. Daarom moeten alle overheden het gezin centraal zetten in beleid en uitvoering. Dat is een heel goede invulling van de roeping om dienares van God te zijn.

Echter, als we onze hoop stellen op overheden of wetten, of zelfs op Gods wet, dan is het nooit genoeg en is er nooit vrede. Daarom als slot de woorden van Romeinen 13:14a: „Doet aan de Heere Jezus Christus.” Dan vallen onze gedachten weg, is de wet vervuld, wordt duisternis licht, neemt Christus het pak van zonden van ons af. Dan is het Vrede!

De auteur is lid van de SGP-fractie in de Tweede Kamer. Dit artikel is een verkorte weergave van de toespraak die hij op 15 november hield tijdens de residentiepauzedienst in de Waalse Kerk in Den Haag.

Vrijheid voor kerken is zegen die voorbij kan gaan

De scheiding van kerk en staat kan bescherming bieden tegen de waan van de dag. Maar onder invloed van de tijdgeest kan er zomaar een andere wind gaan waaien, waardoor die beschermende dijk kan bezwijken.

Wat zou Paulus gedacht hebben toen de rechtszitting bij stadhouder Gallio zo abrupt eindigde (Handelingen 18)? Het kwam niet tot een inhoudelijke behandeling. Het oordeel was: niet-ontvankelijk. Gallio brandde er zijn vingers niet aan. Wegwezen moesten ze!

Misschien betréurde Paulus het wel dat hij zich niet inhoudelijk kon verantwoorden. Hij kreeg immers de kans niet om zijn verhaal te doen (18:14). Gallio had zijn oordeel al klaar: hij ging hier niet over. Het ging niet over doodslag, oproer of een ander strafbaar feit. Het was een interne religieuze kwestie. Daar bleef Gallio graag buiten.

Misschien was Paulus ook wel verbáásd. Het had toch heel anders kunnen uitpakken? In plaats van de zaak als een interne religieuze kwestie naar Joods recht af te doen, had Gallio die wel degelijk ook aan de bepalingen over religie in het Romeinse recht kunnen toetsen. Een nieuwe, niet erkende godsdienst kan toch zomaar de verdenking oproepen staatsgevaarlijk te zijn?

Maar misschien was Paulus vooral verhéugd dat de aanklacht hoe dan ook van tafel was geveegd. Daardoor kon het Evangelie van de gekruisigde en opgestane Christus immers onbelemmerd voortgang vinden. Daardoor kon hij ongehinderd het Woord prediken. Is daar het Bijbelboek Handelingen ook niet vol van: hoe ondanks alle weerzin en weerstand overal het Evangelie gepredikt wordt en door Gods genade ingang vindt in de harten van mensen. Niet de tegenstanders hebben uiteindelijk de touwtjes in handen. God regeert!

Waardenpatroon

Zo is door Woord en Geest de boodschap van het Evangelie doorgegaan. Zo groeide de Kerk. Zo zijn landen en volken gestempeld door de boodschap van Gods Woord. De doorwerking ervan in Europa trok de eeuwen door ook steeds diepere sporen in recht en moraal. Natuurlijk is het beslag van het Woord niet in ieder mens, niet in ieder land, niet in iedere tijd even groot. Het is waar: steeds zijn weerbarstigheid en gebrokenheid er ook.

Maar toch: misschien zien we juist in een tijd van voortgaande kerkverlating en geloofsafval wel scherper dat het waardenpatroon van Europa niet ‘zomaar’ historisch gevormd is. Juist als een nieuw ‘normaal’ zich een weg baant, zien we dat het oude ‘normaal’ diepe wortels heeft in Gods Woord, in de prediking van het Evangelie. Zien we hoeveel waarden er gegroeid zijn in de veilige bedding van Gods goede geboden, de samenleving ten goede.

Beseffen we wel wat er uiteindelijk op het spel staat? Waarom zal ik in mijn huwelijk trouw zijn als dat mijn eigenbelang of genot in de weg staat? Waarom moet ik het gezag van een overheid aanvaarden als ik er zelf nooit voor getekend heb? Waarom zal ik mijn vijand of iemand die mij dwarszit het niet betaald zetten, in plaats van hem lief te hebben?

We kunnen godsdienst en moraal wel louter als een privézaak zien, onverschillig zijn als een Gallio, maar ten diepste gaat het wel om de ziel van een cultuur, om de bezieling. Neutraliteit is uiteindelijk onmogelijk. In het spervuur van goed en kwaad, van recht en onrecht vallen beslissende keuzes, die uiteindelijk de samenleving in het hart raken.

Scheiding kerk en staat

Een op de spits gedreven scheiding van kerk en staat, de opvatting dat godsdienst en politiek niets met elkaar van doen hebben, drijft uiteen wat bij elkaar hoort. Voor alle duidelijkheid: zo’n uitgangspunt is een aanvechtbare politieke opvatting, geen geldend staatsrechtelijk principe. In onze tijd wordt het niet zelden ten onrechte gehanteerd als aanvalswapen tegen elke verbinding tussen godsdienst en politiek. „Het kan niet hoor, een bede in de troonrede. Het mag niet hoor, de zondag als rustdag beschermen. Bijbelse noties inbrengen over huwelijk en seksualiteit? Foei, in strijd met de scheiding van kerk en staat.” De misverstanden en onduidelijkheden rond het principe van de scheiding van kerk en staat zijn al tijdenlang legio.

Groen van Prinsterer wees er in de negentiende eeuw al op hoe de revolutionaire invulling van het begrip scheiding van kerk en staat zich een eigen weg baant. „De zogenaamde scheiding, gelijk zij veeltijds aangeprezen wordt, is de vereniging met onverschilligheid en ongeloof en leidt tot onverdraagzaamheid en vervolging van al wat zich naar de praktikale eisen van het ongeloof niet voegt.” Deze vlijmscherpe analyse is verrassend actueel.

Bij de uitleg en toepassing van het begrip ”scheiding van kerk en staat” luistert het nauw. Het is net als met regen: zowel teveel als te weinig regen kan schadelijk zijn. Het staatsrechtelijke principe van de scheiding van kerk en staat heeft tot op de dag van vandaag ook een belangrijke positieve en beschermende werking. Als een waarborg voor niet-inmenging van de staat in de eigen rechtssfeer van de kerk verdient het steun en bijval.

„Zijt niet bevreesd”

Toen enkele gemeenteraadsleden uit Gorinchem het stadbestuur kortgeleden vroegen om er een stokje voor te steken dat een dominee in Gorinchem kwam preken, omdat ze aanstoot namen aan zijn opvattingen, gaf het college van burgemeester en wethouders gelukkig helder aan dat dit in strijd met de scheiding van kerk en staat zou zijn. Toen Kamerleden tijdens de coronatijd de kerkdeuren ook resoluut in het slot wilden gooien, stond de scheiding van kerk en staat, de terughoudendheid om te treden in de eigen ruimte voor de kerk, dat gelukkig in de weg.

Vrijheid voor de kerken, vrijheid voor de verkondiging van het Woord is een groot goed, niets minder dan een zegen. Staatsrechtelijke beginselen kunnen een waardevolle bescherming bieden tegen de waan van de dag of de grillen van de macht. Maar laten we ons niet rijk rekenen – de verkondiging van de ene Naam die onder de hemel gegeven is en het opkomen voor Gods instellingen en geboden kunnen vroeg of laat evenzeer tegenstand oproepen. Onder invloed van de waan van de dag of de geest van de tijd kan er zomaar een andere wind gaan waaien waardoor de beschermende dijk kan bezwijken.

Vrijheid voor de kerken is een groot goed. Maar het hoogste goed kan en mag niet zijn dat we met rust gelaten worden, dat we tegenstand koste wat kost uit de weg gaan.

Wat Paulus van de uitspraak van Gallio gedacht of gezegd zou hebben, staat niet in de Schrift. Kennelijk niet zo belangrijk. Wat de Heere tegen Paulus zei, staat er wel. Dat is ook veel belangrijker: „Zijt niet bevreesd, maar spreek en zwijg niet. Want Ik ben met u, en niemand zal de hand aan u leggen om u kwaad te doen” (18-10). Dat geeft moed en kracht om verder te gaan. Ook als de weg moeilijk wordt.

De auteur is fractievoorzitter van de SGP in de Tweede Kamer. Dit artikel is een verkorte weergave van zijn toespraak op 16 mei tijdens de residentiepauzedienst in de Waalse Kerk in Den Haag.

Openheid in de politiek geeft de burger vertrouwen

De waarheid spreken, vraagt meer dan alleen het zo uit te drukken dat het nog klopt. In de politiek schept zoveel mogelijk openheid vertrouwen tussen mensen.

Wie kent Philomena Bijlhout nog? Zij werd in 2002 staatssecretaris, maar moest na enkele uren alweer aftreden. Ze had formateur Balkenende verkeerd ingelicht over haar betrokkenheid bij Surinaamse milities. Onwaarheid houdt vaak maar kort stand. Dat stelt ook Spreuken 12:19: „Een waarachtige lip zal bevestigd worden in eeuwigheid, maar een valse tong is maar voor een ogenblik.”

De politieke voorbeelden liggen voor het oprapen. Twee weken geleden nog kwam minister van Defensie Ank Bijleveld onder vuur te liggen. Haar voorganger bleek de Kamer verkeerd geïnformeerd te hebben over burgerdoden bij de strijd in Irak.

Bij alle politieke verschillen zijn alle partijen het eens over het belang dat we erop vertrouwen dat de Kamer goed wordt geïnformeerd, de waarheid wordt gesproken. Met onwaarheden val je door de mand. Het is fout, zondig, om de waarheid geweld aan te doen. Dat allereerst! Maar het is ook niet slim. Je brengt jezelf ermee in de problemen. Vroeg of laat loop je tegen de lamp.

Voor christenen te midden van andersdenkenden is er nog een extra reden waarom het belangrijk is om de waarheid te spreken. Wie als christen onbetrouwbaar is, geeft aanleiding om Gods naam te schaden. Recht en waarheid liefhebben, daar komt het op aan. Natuurlijk betekent de waarheid spreken niet altijd het achterste van je tong laten zien. Toch vraagt de waarheid spreken meer dan alleen het zo uitdrukken dat het nog klopt. In de politiek schept zo veel mogelijk openheid onderling vertrouwen.

Briljant idee

Een Kamerlid uit een seculiere partij vertelde eens een anekdote. De top van zijn partij was druk bezig een manier te vinden om een netelige kwestie zo goed mogelijk naar buiten te brengen. Totdat iemand een briljant idee had: zullen we het eens gewoon met de waarheid proberen? Eerlijk de waarheid vertellen als de meest vertrouwenwekkende communicatiestrategie.

Zo snel als bij Philomena Bijlhout de waarheid bovenkwam, gaat het lang niet altijd. Oneerlijkheid kan ontzettend hardnekkig zijn. De vorst van de duisternis is ook de vader van de leugens. Juist als er een geestelijke strijd wordt gestreden, regeert niet zelden de leugen.

Vorige week was de Week van het Leven. Een zorgvuldig opgestelde prolifefolder werd weggezet als een intimiderend verhaal! Eerder werden er leugens verkondigd over wakers bij abortusklinieken. Alsof die wakers agressief zouden zijn en vrouwen op een nare manier aanspreken.

De druk die er vanuit de omgeving wel degelijk op veel vrouwen is om voor een abortus te kiezen, wordt vaak glashard ontkend. Het verdriet en de pijn die na een abortus vaak worden ervaren, mag niet benoemd worden. De ontmaskering van die onwaarheden vergt een taaie strijd.

Onrecht en oneerlijkheid: ze kunnen zo hardnekkig zijn. Het raakt mij altijd weer, als ik brieven van burgers krijg die alles uit de kast hebben gehaald in een strijd tegen wat zij als onrecht ervaren. Soms krijg je het gevoel: ze zouden ergens wel een punt kunnen hebben. Brieven aan Kamerleden, de koning, de ombudsman. Soms ordners vol rechtszaken. Tevergeefs. Ze raken steeds meer verbitterd en gefrustreerd.

Troost

Het is een hele kunst om deze mensen ook eerlijk en liefdevol de waarheid te zeggen: Dat er in deze gebroken wereld soms onrecht is dat wij niet meer in recht kunnen veranderen. Dat loslaten, overgeven ons te doen staat, in plaats van verbeten in te zetten op het eigen gelijk.

De leugen regeert nooit voor altijd. Omdat de vader der leugenen niet het laatste woord heeft, maar Christus, Die de Waarheid Zelf is, de strijd al beslissend gewonnen heeft. Alle oneerlijkheid zal eenmaal aan het licht komen, voor Gods rechterstoel.

Dat biedt christenen in vervolging troost. Zoals die vrouw uit Iran, die op leugenachtige gronden door de rechter veroordeeld werd. Juist deze vervolgde christenen zien het leven in eeuwigheidsperspectief. Het sterkt hun dat God Zelf eenmaal al het onrecht recht zal zetten. Dat de waarheid van hun onschuld aan het licht zal komen. ,,Een waarachtige lip zal bevestigd worden in eeuwigheid.”

In de Waalse kerk in Den Haag wordt elke derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een christelijke partij een toespraak houdt. Deze toespraak is van Kees van der Staaij, Tweede Kamerfractievoorzitter van de SGP.

Salomo voorbeeld voor christen in politiek

De enige manier om als christen in de politiek dienstbaar te zijn, is de raad van dr. Kohlbrugge opvolgen: „Ga dan tot God, en vraag Hem om u bij de hand te nemen. Met een nederig hart en in afhankelijkheid.

Wat heeft het voor zin om keer op keer, als je een paar weken vrij hebt, te grijpen naar de boeken van Chaim Potok? Wel, de hoofdpersonen in deze boeken, die zich afspelen in een Joodse wijk in Brooklyn (New York), worstelen met hun Joodse roots en met hun talent, in relatie tot hun leefomgeving. Een soort driedimensionaal krachtenveld.

Dat is nu precies het punt waar het om draait voor een christen in de politiek. Immers, je bent een christen, maar ook een persoon met een of meer talenten. Die beide aspecten moeten tot hun recht komen in de politiek. Het christen zijn is, als het goed is, alomvattend. Dat doortrekt je wezen. De kortste omschrijving van een christen las ik ooit in een preek van wijlen ds. J. van Haaren: „Een christen is iemand die vervuld is met Christus.” Dat staat bovenaan en stempelt je talenten, zodat die gericht zijn op Christus.

Wat moet je daarmee in de politiek, in onze samenleving, die wars is van het christelijk geloof? Hoe zijn die met elkaar in evenwicht te brengen? Dat is een zoektocht voor iedereen, en voor de politicus in het bijzonder, omdat deze geroepen wordt zich als christen en in persoon te verhouden tot het politieke krachtenveld.

Waarden en normen

Politiek wordt wel omschreven als „de wijze waarop in een samenleving de belangentegenstellingen van groepen en individuen tot hun recht komen – meestal op basis van onderhandelingen – op de verschillende bestuurlijke en maatschappelijke niveaus.” Mooie omschrijving, maar hoe komt het belang van het christelijk leven daarin tot zijn recht? In de praktijk van alledag zal men dan moeten leven naar bepaalde normen, die getoetst worden aan de Bijbel. Het christelijk leven komt pas tot zijn recht als er een gedeeld patroon van waarden en normen wordt aanvaard.

Hoe ver zijn we daarvan af! Denk aan het gezinsbeleid, de zondag, het doorgeschoten gelijkheidsdenken en de nieuwste levensbeëindigingsplannen. En wat te denken van de genderideologie, die momenteel haar duizenden verslaat zonder acht te slaan op wat God in Zijn goede schepping heeft gelegd? Hoe verhoudt zich dat tot het belang van het christelijk leven vanuit Bijbelse waarden?

Kortom, wat heb je als christen te zoeken in het politieke landschap anno 2019? Het antwoord kan kort zijn: álles!

Een christen heeft alles te zoeken in de politiek, omdat zijn christen-zijn niet op zichzelf staat. Omdat dit christen-zijn gedrenkt dient te zijn in het liefhebben van God en van de naaste. Dat betekent heel concreet dat christenen hun medemensen die anders denken niet zomaar mogen loslaten! En christenen hebben alles in de politiek te zoeken, omdat ze geroepen worden om te geloven wat Psalm 93 verwoordt: „De Heere regeert!” Het refrein ervan klinkt in de Psalmen 96, 97 en 99.

Salomo

God de Heere regeert. Jawel, en het kabinet-Rutte III ook. Maar dat laatste is alleen mogelijk bij de gratie Gods, of men het gelooft of niet. Het kabinet regeert omdat God de Heere regeert. Omdat Hij alle dingen leidt en bestuurt, ook al snappen wij, nietige christenpolitici, er soms helemaal niets van. Hoe kan het immers dat de achtereenvolgende kabinetten wetten indienen en aanvaarden die lijnrecht tegen de Bijbelse waarden ingaan? Hoe zit het dan met die Godsregering? Waarom laat God dat toe? Dat zijn trouwens geen nieuwe vragen. Augustinus zei al dat er wel dingen tegen Gods wil in gebeuren, maar niet buiten Zijn wil om.

Bij al deze grote vragen klemt de vraag wat nu de taak is van ieder van ons, als het gaat om goddelijke wijsheid in het regeren en als christen in de politiek.

Dan kom ik terecht bij het gebed van Salomo in die bekende geschiedenis in 1 Koningen 3, waar Salomo door God opgezocht wordt en mag zeggen wat hij wil ontvangen. Dan bidt hij: „Geef dan Uw knecht een verstandig hart, om Uw volk te richten; verstandelijk onderscheidende tussen goed en kwaad.”

Wat een bijzondere vraag van Salomo, wat een ootmoedige houding. Die is volgens de bekende dr. Kohlbrugge nodig in alle levensverbanden. Hij zegt: „Maar als God Almachtig de keizer en de koning geen nederig hart geeft, als Hij de herder der gemeente geen nederig hart geeft, zodat hij steeds de toevlucht neemt tot de genade, dan zeg ik u dat alles ondersteboven gaat, in de staat, in de gemeente, en ook in ieder huis.” De boodschap voor de koning en de herder is dezelfde als die voor ons allemaal. Een nederig hart, een ootmoedig gebed om wijsheid, een afhankelijk leven, dat hebben we nodig.

Hoe staat het dan met de goddelijke wijsheid in het regeren? En wat moet een christen in de politiek doen? Kohlbrugge geeft een goede raad: „Ga dan tot God, en vraag Hem om u bij de hand te nemen!” Dat is de enige manier om als christen te dienen in de politiek. Met een nederig hart en in afhankelijkheid!

In de Waalse kerk in Den Haag wordt elke maand een residentiepauzedienst gehouden. Een predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van Peter Schalk, SGP-fractievoorzitter in de Eerste Kamer.

Wie getrouw is in deze wereld heeft geweldig perspectief

In de Waalse kerk in Den Haag wordt elke maand een residentiepauzedienst gehouden. Een predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van Chris Stoffer (SGP).

Bent u wel eens op vakantie geweest? Vast wel. Wat voor herinneringen heeft u daaraan? Prachtig weer. Gezelligheid met de familie. Mooie plaatsjes. Wandelen in de bergen. Een lange reis… Ik hoop voor u dat het positieve herinneringen zijn en dat u wellicht ook inspiratie kreeg voor de periode na de vakantie.

Ik of, beter gezegd, wij zijn afgelopen zomer ook op vakantie geweest. Naar Zuid-Europa. Een vakantie met heel goede herinneringen. Prachtig weer. Mooie historische plaatsjes. Een bezoek aan Barcelona, met zijn prachtige Gaudi-architectuur. Maar ook een antwoord op een latente vraag. En daarin neem ik u graag mee.

Rustmomenten

Het is een jaar geleden dat er een app-bericht van Kees van der Staaij bij mij binnenkwam: „Kan ik je vertrouwelijk bellen.” De inhoud en het resultaat zijn inmiddels voldoende bekend. Daar hoef ik niet meer op in te gaan.

Inmiddels mag ik bijna een jaar lid zijn van de Tweede Kamer. Een plaats die door sommigen benijd wordt. Anderen snappen niet dat je het wilt doen. Weer anderen denken daar vast nog anders over.

Hoe dan ook. Ik zit er. En laat ik u uit de droom helpen, voor het geval u mocht denken dat het een leuk erebaantje is. Je moet er ook gewoon werken en proberen je talenten zo goed mogelijk te benutten. En net als in iedere andere baan gaat dat de ene keer beter dan de andere keer.

U kent vast de uitdrukking ”het is hollen of stilstaan”. Nu is het in het parlementaire werk vaak hollen. Daar hoef je niet je best voor te doen. Af en toe stilstaan, dat is de kunst. Daar hebben we als SGP’ers uiteraard de zondag voor. Gelukkig wel.

Maar er zijn ook recessen. In die perioden is het toch niet moeilijk om te blijven hollen. Werkbezoeken, campagnes, telefoontjes, nieuwsberichten, social media, enzovoorts. Die kunnen je dagen blijven vullen. Het is de uitdaging om dan rustmomenten te creëren. Inmiddels ben ik daarin al gevorderd. Zo ook afgelopen zomer, toen we met ons gezin tweeënhalve week in het zuiden van Europa waren.

Pracht en praal

In Spanje was er tot onze verrassing een Nederlandstalige kerkdienst op een paar kilometer afstand van ons appartement. De bij sommigen vast wel bekende predikant-zendeling Coster van de Spaanse Evangelische Zending ging voor.

Iets over de omstandigheden: We kwamen aan op een grote, drukke, warme camping. Het was 38 graden. Na een stukje wandelen vonden we de kerk. De ‘muren’ van de kerk bestonden uit een coniferenhaag. Daarin was een soort prieel van steen, waar de predikant kon staan. Het dak was de open lucht. Gelukkig waren er enkele bomen die zorgden voor schaduw. Tussen de hagen stonden klapstoeltjes. Alleen al de entourage was er een die ik niet snel zal vergeten.

Het was de laatste dienst in een reeks over de vraag: ”Wat is een goede koning?” In deze dienst werden de diverse koningen nog eens langsgelopen. Ik zal hen niet allemaal noemen. Wat mij onder andere opviel, was dat koning Salomo, die zo geroemd wordt om zijn rijkdom en zijn wijsheid, aan het einde van zijn koningschap toch ook mindere kanten had.

Salomo’s pracht en praal werd opgebracht door hoge belastingen voor het volk. Ligt daarin geen parallel met wat we nu zien in Nederland en Europa? Er worden prachtige dingen gebouwd. Er wordt veel geïnvesteerd in prestigeprojecten. En hoe zit dat met de miljarden voor het klimaat? Gelukkig leven we in een democratie en kan ons volk zijn stem eens in de zoveel jaren laten horen.

Terug naar de vraag: ”Wat is een goede koning?” De preek ging over koning Achab. Het was wel helder: Achab was niet zo’n goede koning. Dat uitte zich niet in de laatste plaats in het begeren van de wijngaard van Naboth.

Maar wie was dan wel een goede koning? In de preek werd deze vraag verrassend beantwoord: „Naboth”. Maar dat was toch helemaal geen koning? Dat klopt. Toch was Naboth gesteld over het erfgoed van zijn vaderen, de wijngaard van zijn voorgeslacht. Daar mocht Naboth voor blijven staan. Ook al kon hij deze inruilen voor veel meer rijkdom. Hij was getrouw over datgene waarover hij gesteld was. Hij heeft het moeten betalen met zijn leven.

Erfgoed

Het was een antwoord op de vraag die bij mij latent aanwezig was: wat doe je als politicus van een kleine partij in Den Haag? Nou, heel simpel. Net als Naboth getrouw zijn over datgene waarover je gesteld bent.

Een goede les voor mij en hopelijk ook voor u. God heeft ook ons een erfgoed gegeven. Iets wat al vele geslachten oud is: Zijn Woord. Aan ons de opdracht om te leven naar dat Woord. Dat kunnen en willen we niet in eigen kracht. Dat kan alleen door Jezus’ kracht.

We mogen het in de lijdensweken extra inleven wat de prijs was voor onze Koning, Koning Jezus. Hij heeft betaald met Zijn leven. Hij heeft onze schuld gedragen en volkomen betaald voor onze zonden. Zijn wij, bent u bereid om daarvoor te blijven staan? Zijn wij getrouw als burgers en christenpolitici in deze wereld? De prijs voor u en voor mij kan hoog zijn. Het perspectief is echter geweldig. Koning Jezus zegt immers Zelf: „Wie Mij belijdt voor de mensen, die zal Ik belijden voor Mijn Vader!”

De auteur is Tweede Kamerlid voor de SGP.

Wie wil regeren bij gratie van mensen heeft slecht fundament

Wie de strijd om de troon van David, beschreven in 1 Koningen 1, nauwkeurig leest, zal beamen dat het uiteindelijk gaat om het verschil tussen menselijk wikken en Goddelijk beschikken. Of om het onderscheid tussen regeren bij de gratie Gods of regeren bij de gratie van mensen.

Adonia, een knappe zoon van Haggith, wilde regeren bij de gratie van mensen. Uit niets blijkt dat hij rekening hield met God. Op buitengewoon listige wijze wist hij de gunst van het volk te krijgen. Hij was charmant, presenteerde zich al langere tijd als de beoogde en gewenste troonopvolger van zijn vader. Hij liet zich rijden in een chique wagen en liet vijftig fraai uitgedoste mannen voor zich uit lopen.

Daarbij kwam het goed uit dat David zich in het openbaar nog niet had uitgesproken over de troonopvolging en zelfs niet ingreep toen Adonia zich steeds meer als de beoogde kroonprins presenteerde (vers 6). En twee zeer belangrijke personen uit de kring van David, de generaal Joab en de priester Abjathar, kwamen aan zijn kant staan omdat ze teleurgesteld waren over hun posities. Jong talent had hen ingehaald… Tussen haakjes: hier zie je het gevaar als mensen te lang op hun post blijven zitten en tegen (bijna) elke prijs hun posities willen blijven innemen.

Nu nog een groot feest met een gepast uitnodigingsbeleid, waarbij familie en andere invloedrijke mensen aanwezig waren. Niet uitgenodigd (uiteraard) waren (half-)broer en rivaal Salomo, de priester Zadok, de generaal Benája en de profeet Nathan.

Voltreffer

Maar Gods raad zal bestaan. Het is de inmiddels oude profeet Nathan die ooit zo trouw aan God en de koning was, dat hij koning David eerlijk de waarheid, het oordeel, durfde aan te zeggen. Deze trouwe knecht wordt als een pion door Gods hand naar voren geschoven. Zijn tactisch inzicht blijkt wel als we luisteren naar zijn plan. Eerlijk houdt hij Bathseba voor: als Adonia koning wordt, zullen jij en je zoon Salomo sterven. De oude koning, die het allemaal ‘laat gebeuren’ en de scherpte van vroeger mist, moet worden gewezen op de door hem gedane belofte ten aanzien van Salomo en op de gebeurtenissen die nu plaatsvinden, die haaks hierop staan. De invloedrijke Bathseba zou eerst naar David gaan en hem zo aanspreken. Vervolgens zou Nathan zich aandienen en haar ‘verhaal’ bevestigen. Zo zou David als het ware worden gedwongen kleur te bekennen.

Zo is het gegaan. Wie goed luister naar de argumenten van Bathseba hoort dat ze Davids woord verbindt met de HEERE: „Mijn heer, gij hebt uw dienstmaagd bij de HEERE uw God gezworen: Voorzeker, Salomo, uw zoon, zal na mij koning zijn, en hij zal op mijn troon zitten” (vers 17). Die eed kan noch wil David, de man naar Gods hart, ongedaan maken. Het blijkt een voltreffer te zijn. De Geest Gods gebruikt het ingezette middel. Plechtig en trefzeker verklaart de koning: „Voorzeker, gelijk als ik u gezworen heb bij de HEERE, de God Israëls, zeggende: Voorzeker zal uw zoon Salomo na mij koning zijn, en zal op mijn troon in mijn plaats zitten.” Vandaag nog: „voorzeker, alzo zal ik te dezen zelven dage doen” (vers 30). Salomo wordt gezalfd tot koning. Bij de gratie Gods!

Gewaarborgd

Als Adonia dit hoort, zien we wat er gebeurt als men bij de gratie van mensen koning wil worden. Als hazen gaan zijn gasten ervandoor. We lezen: „Toen verschrikten en stonden op al de genoden die bij Adonia waren, en gingen een iegelijk zijns weegs” (vers 49).

Adonia doet alsof hij het koningschap van zijn halfbroer volledig erkent. Tegen Bathseba zegt hij later, als hij haar wil laten bemiddelen om met Abisag, een meisje uit de harem van David, te mogen trouwen: „Want het is van de HEERE hem geworden” (1 Kon. 2:15b). Bathseba is er nog van onder de indruk, maar Salomo doorziet hem volledig (1 Kon. 2:22) en dat kost Adonia zijn leven.

Wie wil regeren bij de gratie van mensen, heeft een slecht fundament. Dan ben je afhankelijk van de gunst van mensen. En die kan per dag verschillen…

Regeren bij de gratie Gods is echter een ”vaste zaak”. Wel een aangevochten zaak, hield ds. E. F. Vergunst op 30 april 1980 (tijdens de troonsbestijging door koningin Beatrix) de vele aanwezigen in de Rotterdamse Laurenskerk voor. „Maar”, zo vervolgde hij, „het is tegelijk een gewaarborgde zaak. Want Christus, de Koning met de doornenkroon, heeft uiteindelijk de strijd gestreden. Salomo heeft gefaald. Zijn regering is uiteindelijk niet meer geweest dan een gebroken voorbeeld. Maar de Messiaanse bedoeling is vervuld in Hem die gezegd heeft: meer dan Salomo is hier.”

Vredevorst

Het rijk van Salomo was groter dan dat van David. Maar het rijk van Christus is groter dan dat van Salomo. Wie straks dit koninkrijk in zijn volle heerlijkheid mag zien, zal het uitroepen: „De helft is mij niet aangezegd.” Het rijk van Salomo was gebouwd op het vele bloed dat zijn vader had moeten vergieten. Het bloed van tegenstanders. Het rijk van de meerdere Salomo is gegrondvest op Zijn eigen bloed. Dat spreekt van verzoening, van vrede met God. Tegenstanders van Salomo’s rijk, onder wie Joab en Adonia, moesten wijken, sterven zelfs. Zo zal het ook zijn met tegenstanders van de Vredevorst. Eenmaal zal hij het tegen Zijn tegenstanders zeggen: „Gij hebt niet gewild dat Ik koning over u zou zijn.” Daarom roepen Zijn herauten ons toe: „Kus de Zoon opdat Hij niet toorne.”

De auteur is predikant van de gereformeerde gemeente van Woerden. Hij sprak over ”Het verschil: bij de gratie Gods of bij de gratie van mensen” tijdens de residentiepauzedienst in de Waalse kerk in Den Haag op 15 januari.

Bijbels leiderschap is niet heersen, maar dienen

In de Waalse kerk in Den Haag wordt elke maand een residentiepauzedienst gehouden. Een predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van mr. Kees van der Staaij (SGP).

Servant leadership. Dienend leiderschap. Zo liet een meneer uit Kenia enthousiast op Twitter weten naar aanleiding van een filmpje van premier Rutte.

Het gebeurde eerder dit jaar. Premier Rutte komt met een bekertje koffie in zijn hand een ministerie binnen. Helaas, de koffie komt op de grond terecht. De premier vraagt aan de schoonmakers in de buurt een doek en een dweil en gaat aan de slag op het op te ruimen. De schoonmakers juichen en applaudisseren.

Een journalist die net in de buurt was, maakte er een filmpje van. Het werd wereldwijd massaal bekeken. In de Verenigde Staten, in Arabische landen, in India. Verbazing alom. Dat een regeringsleider door de knieën gaat en gewoon zijn eigen rommel opruimt: het raakt mensen.

Maar er zijn ook wat sceptischer commentaren. Zo, die Rutte weet zich goed te gedragen met de camera’s in de buurt, zeg. Of een ander twijfelachtig compliment: slimme pr-actie, zeg!

Gebreken

De uitspraken en gedragingen van leiders roepen vaak sterke, tegengestelde reacties op: bewondering en afkeer. Bij uitgesproken bewonderaars kun je geen kwaad meer doen. Bij uitgesproken criticasters kun je geen goed meer doen.

Beide uitersten bevredigen niet. Die criticasters hebben geen enkel oog voor het goede. Persoonlijk vind ik dat het politiek debat ook lelijk en zuur maken, als er bij alles wordt uitgegaan van de kwade trouw van de ander. Alsof die ministers of die Kamerleden met wie je het zo oneens bent een bijzondere hobby hebben om Nederland eens kapot te gaan maken.

Maar bewonderaars kunnen weer gemakkelijk over het hoofd zien dat ook leiders zondige mensen zijn, dat zij er vatbaar voor kunnen zijn de baas te willen spelen, op eigen belang gericht kunnen zijn, gemakzuchtig kunnen worden.

Het was zeker mooi dat Rutte zijn rommel zelf opruimde. Dat had hij zonder camera’s in de buurt vast ook gedaan, zo ken ik hem wel. Maar op de bijeenkomst waar hij naartoe ging, hadden ze het misschien wel over de afschaffing van de dividendbelasting. In het debat daarover duurde het wel erg lang voor hij overstag ging en inzag dat de kritiek echt hout sneed. Er bestaat geen leider zonder gebreken.

Zelfonderzoek

Alle mensen zijn van nature geneigd tot het kwaad, zei de Nationale Synode van Dordrecht 400 jaar geleden al de Bijbel na, in de Dordtse Leerregels. Een realistisch mensbeeld bewaart voor overspannen verwachtingen. En ‘Dordt’ zei er ook al bij dat oprechte gelovigen net zo goed niet moeten denken dat zij van die kwade neigingen geen last meer hebben. Ook aan de allerbeste werken van oprechte christenen kleven gebreken en ook bij hen zijn er de dagelijkse zonden van zwakheid.

Een oprecht geloof of een overtuigende roeping tot een ambt is daarom geen automatische waarborg voor goede besluiten of wijs handelen. Integendeel, met een sterk roepingsbesef en een zwakke zelfkennis kun je veel brokken maken. Daarom zijn vermaningen nodig. Daarom is zelfonderzoek nodig.

We zien het in 1 Petrus 5. In dit Bijbelhoofdstuk laat Petrus de nodige raadgevingen horen, die kennelijk nodig zijn: Let op dat u uw ambt niet plichtmatig doet, maar met vreugde. Let op dat u niet uit bent op uw eigen belang, maar op het belang van de gemeenschap. Let erop dat u niet de baas speelt, maar voorbeeldgedrag toont. Stuk voor stuk waardevolle principes.

Waakhonden

Het is belangrijk voor leidinggevenden om de valkuilen in je eigen leiderschap goed te herkennen. Daarom was het zo waardevol dat Dordt 400 jaar geleden niet alleen met leerregels kwam, maar ook met een kerkorde. Een kerkorde met tegenmacht, waarborgen tegen verkeerde beslissingen. En daarom is het goed dat ook overheidsmacht door democratie en rechtsstaat wordt getemperd. En daarom is het ook niet vreemd dat in diverse landen, zoals Noord- en Zuid-Amerika, een maximale termijn voor presidenten geldt. Het is met leiderschap net als met voedsel. Macht is aan bederf onderhevig. Bij veel macht gaat dat bederf vaak sneller.

Dienstbaar leiderschap betekent ook tegen kritiek kunnen. Kunt u tegen kritiek? Veel mensen zullen ”ja” zeggen, maar er dan wel gelijk een ”maar” achter laten volgen. Interessant is wat er achter dat ”maar” volgt.

Zelf zou ik zeggen: ”maar” ik vind het vervelend als de kritiek niet constructief is, als iemand niet ook iets positiefs zegt, maar alleen maar van leer trekt over wat er niet deugt. Diep in mijn hart ergert mij dat, en heb ik de neiging minder goed te luisteren naar die kritiek.

Dat is menselijk, maar niet goed. Als waakhonden blaffen, is dat soms ook te rauw en niet erg harmonisch. Maar in plaats van daaraan aanstoot te nemen, kunnen we ons beter afvragen wat er aan de hand is, of er geen onraad is. Ook blijven luisteren naar brompotten en lastposten dus. Je kunt van hen leren. Ook in bagger is goud te vinden.

Voeten wassen

De kern van leiderschap in Bijbels licht is: niet heersen, maar dienen. Christus Zelf waarschuwde zijn discipelen voor hoe het in de wereld toeging. Kijk naar de wereld om te zien hoe het niet moet. In Mattheüs 20:25 en 26 staat: „Gij weet dat de oversten der volken heerschappij voeren over hen, en de groten gebruiken macht over hen. Doch alzo zal het onder u niet zijn, maar zo wie onder u zal willen groot worden, die zij uw dienaar.” Christus Zelf gaf het voorbeeld door de voeten van zijn dienaren te wassen.

Bij alle verschillen die er in leiderschap in samenleving, kerk en politiek ook zijn, is dit een gemeenschappelijk principe: het mag niet draaien om het ego van de leider, maar het moet gaan om het belang van de gemeenschap.

De geschiedenis van Jezus’ voetwassing wordt gelukkig wereldwijd nog steeds verteld, in ons land, maar ook in de Verenigde Staten, in Arabische landen, in India. Overal waar het Woord opengaat. Dat vele harten, ook van leiders, daardoor geraakt mogen worden: niet heersen, maar dienen. Zoals de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.

De auteur is Kamerlid voor de SGP.

Kom uit je comfortabele bubbel

In de Waalse kerk in Den Haag wordt elke maand een residentiepauzedienst gehouden. Een predikant spreekt een meditatie uit en een politicus van een van de christelijke partijen houdt een toespraak. Deze toespraak is van Pieter Grinwis (ChristenUnie/SGP).

Bij een ”verdrukte vreemdeling” denken we niet zo gauw aan een Nederlandse christen, maar eerder aan bijvoorbeeld Asia Bibi, die in Pakistan ter dood werd veroordeeld. Dan leven wij toch erg comfortabel. We mogen naar de kerk. We kunnen zelfs onze stem laten horen in de politiek. Zelden wordt het vervelend of naar. Wij wonen immers in een democratische rechtsstaat, waar we een stil en gerust leven kunnen leiden en God mogen dienen.

Tegelijk is het risico natuurlijk levensgroot dat we ons laten meevoeren door de hoofdstroom van de cultuur. Dat we ons helemaal thuis voelen in ‘Babel’. Terwijl we ook het lef moeten hebben om tegen de stroom in te zwemmen.

Shalom

Mij trof wat de niet-gelovige Bas Heijne schreef naar aanleiding van de woorden van Jezus in de Bergrede (Matth. 5:46-47): „En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan?” Hij schreef: „Er is niets comfortabels aan deze woorden. Ze klinken als smalende aanklacht tegen de mens die het zichzelf in alle opzichten gemakkelijk wil maken, die zich koestert in zijn gevoelde verwantschap met gelijkgestemden, en in permanent gedeelde verontwaardiging over de ander. Jezus richt zich tegen mensen die geriefelijk in hun bubbel zitten, tot dezelfde sociale laag behoren, mensen die dezelfde mening hebben, mensen die het bij voorbaat met elkaar eens zijn, mensen die elkaar aan één stuk door bevestigen in wat ze toch al vinden” (NRC 6-4).

Heijne vertaalt de aloude radicale oproep om onze vijanden lief te hebben naar onze tijd dus met de oproep: kom uit je bubbel waarin je continu bevestigd wordt in je eigen mening, over je eigen groep en over die ander. Die oproep klinkt al in Jeremia 29: Jeremia roept de ballingen in Babel op hun koffers uit te pakken, huizen te bouwen, tuinen aan te leggen, te trouwen, kinderen te krijgen en zich in te zetten voor de bloei en vrede van die heidense stad. Terwijl de ballingen het oog vol heimwee op Jeruzalem gericht hebben, moeten ze integreren in Babel. Dat door hen gevreesde en misschien wel gehate Babel moet een stad vol ”shalom” worden.

Biblebelt

Natuurlijk is dat spannend, bijvoorbeeld als je kinderen in de klas nog de enigen zijn die naar de kerk gaan. Als je zelf op de werkvloer of in de gemeenteraad de enige bent die nog iets heeft met Jezus en Zijn kruis. Veel christenen trekken zich niet voor niets terug in Barneveld of Benthuizen, Oldebroek of Ouddorp. Juist tegen deze bewoners van de Biblebelt wil ik zeggen: Kom uit je bubbel. Kom naar Den Haag, Amsterdam of Rotterdam.

Natuurlijk, de woningmarkt is ingewikkeld. Betaalbare huizen voor gezinnen zijn nauwelijks meer te krijgen. Starters worden uit de stad weggedrukt door beleggers en expats. Per saldo krimpt het autochtone deel van Den Haag met 1250 mensen per jaar (vooral gezinnen uit de middenklasse trekken weg) en groeit het deel met een migratieachtergrond (en vaak ook een andere religieuze achtergrond) met 7250 per jaar.

Juist hier, waar christenen een kleine minderheid zijn geworden, is het belangrijk om zich als christelijke jufs en meesters, verpleegkundigen en ambtenaren, ondernemers en werknemers te vestigen. In deze stad, die seculier én multireligieus is. Waar, om met Paulus te spreken, het kruis dwaasheid is (1 Kor. 1:16). Maar waar je ook in ontspannenheid iets van het christelijk leven kunt laten zien en zo de vrede voor je omgeving kunt zoeken (Jer. 29).

Opstanding

Onze grote steden verschillen wat dat betreft niet veel van het Athene van Paulus’ dagen. Verontwaardigd over de vele afgodsbeelden, over alle machten die mensen overheersen, loopt Paulus door die stad. Tegelijk legt hij verbinding met de epicureeërs en stoïcijnen en haakt hij aan bij het altaar voor de onbekende god. Zo grijpt hij met beide handen de kans aan om op de Areopagus over die God te vertellen. Zijn gehoor luistert geboeid, totdat Paulus over de opstanding gaat spreken. Dat is voor de meesten het sein om het verhaal van Paulus, van Christus, niet meer serieus te nemen.

Maar hoewel velen afwijzend of schouderophalend reageren op de uitspraak dat het kwaad door Christus aan het kruis is overwonnen, hebben toch steeds weer mensen de onvoorstelbare stap richting Christus gezet. Na Paulus’ toespraak op de Areopagus ging het om Dynonisius, Damaris en anderen. Na hen zijn er velen gevolgd, vaak ondanks dreigende uitsluiting en vervolging. Nog steeds zien we de voorbeelden van mensen wier bubbel werd doorgeprikt. Die niet zozeer zochten, maar toch werden gevonden. Niet alleen in de Biblebelt, gelukkig ook in een stad als Den Haag.

De auteur is fractievoorzitter van de ChristenUnie/SGP in de Haagse gemeenteraad.

Participeren of je terugtrekken

In de Waalse kerk in Den Haag wordt elke maand een residentiepauzedienst gehouden. Een predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van mr. D. J. H. van Dijk (SGP).

Participeren of je terugtrekken, er zijn of er niet zijn… Moeten christenen zich terugtrekken uit het publieke leven of daarin voluit participeren? Die vraag lijkt voor een christenpoliticus eenvoudig te beantwoorden. „Geen duimbreed is er op deze wereld waarvan Christus niet zegt: Het is mijn!” (Kuyper).

Toch is dit te simpel. De tijd speelt ook een rol. Ik kan als christenpoliticus de missionaire Paulus citeren, maar ik kan ook wijzen op Johannes, de banneling op Patmos. In Openbaring 22:11 lezen we: „Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde.” Eens is de maat vol en is er geen ruimte meer voor bekering. Wie God dan echt niet wil dienen, moet maar doorgaan in zijn zonde. De gelovigen moeten zich hierdoor niet laten afleiden. Zij moeten niet letten op de wereld of op de mensen om hen heen. Zij moeten hun ziel redden. Zoals Johannes zegt: „Wij weten dat wij uit God zijn, en dat de gehele wereld ligt in het boze” (1 Joh. 5:19). Houd afstand van de wereld!

Niks missionair elan dus, laat staan theocratische idealen. Komt zo’n tijd –van de antichrist– niet dichterbij? Waakzaamheid is geboden. Maar ook nuchterheid. Op dit moment hebben christenen volop ruimte om deel te nemen aan het publieke leven. Wat een verantwoordelijkheid om van die ruimte gebruik te maken.

In die zin kan ik mij vinden in de oproep van J. K. A. Smith in zijn ”Awaiting the King”. Volgens Smith draait het om ”voorzichtige, kritische participatie” én om ”ad-hoc-antithese”. Christenen moeten zich niet terugtrekken uit het publieke leven, maar zich ook niet laten inpakken door een seculiere cultuur.

De ruimte voor christenen in de politiek mogen we kritisch benutten. Maar welk beeld zetten wij van God neer? Stel nu dat het saldo nul is, of zelfs negatief. Al dat geploeter en gepraat van christenpolitici. Al die campagnes en media-optredens. Goed bedoeld, maar toch te menselijk gedacht. Alsof wij God een handje moeten helpen door een partijtje mee te blazen.

Op onbewaakte momenten borrelen deze gedachten zomaar omhoog. Bijvoorbeeld als ik denk aan die reformatorische jongen. Hij verliet met slaande deuren zijn gelovige ouders in Barneveld om het ruige leven in Amsterdam te genieten. Dit leven bracht hem in de goot. Niemand die naar hem omkeek. Op de bodem van zijn bestaan schreef hij een brief naar zijn ouders. Hij bekende zijn schuld en vertelde dat hij graag weer naar huis wilde. Hij durfde echter niet te komen, omdat hij bang was dat zijn ouders hem zouden afwijzen. Daarom schreef hij dat hij wilde komen met de trein, die vlak langs de boerderij van zijn ouders zou rijden. Als zijn ouders een wit laken aan de waslijn hingen, wist hij dat hij welkom was. Als er geen laken hing, begreep hij dat hij nooit meer hoefde aan te komen bij zijn ouders.

Een paar dagen later zat de jongen in de trein. Hoe dichter hij de boerderij naderde, hoe zenuwachtiger hij werd. Zijn adem haperde en hij durfde niet naar buiten te kijken. Daarom vroeg hij een medepassagier of die naar buiten wilde kijken en het wilde zeggen als er bij een oude boerderij een wit laken aan de waslijn hing.

Die medepassagier wilde dat doen en ging voor het raam staan. Zijn mond viel open. „Kijk, kijk! De hele waslijn hangt vol met witte lakens! Maar niet alleen de waslijn, ook de eikenbomen. En uit alle ramen wapperen lakens. Wat is dit?”

Wat dit is? Het is het gezicht van de wachtende God. Hij staat op de uitkijk om verloren zonen te omarmen. Slagen christenpolitici erin het ware gelaat van God te tonen? Als zij een valse indruk van God geven, is al hun bezig-zijn schadelijk. Soms hoor ik mijzelf in de Eerste Kamer spreken. Het is verboden om te scheiden. Om drugs te gebruiken. Om naar de hoeren te gaan. Om je verpieterde leven te beëindigen. Gebod op gebod, regel op regel.

Hoe voorkomen christenpolitici dat God wordt neergezet als louter eisend in plaats van schenkend? Dat kan slechts op één wijze. Zij zullen geregeld iets moeten zeggen over het hart van het Evangelie. Zij zullen met regelmaat naar Christus moeten wijzen. Het spreekgestoelte in de Kamer is geen preekstoel. Maar als christelijke politiek niet mag leiden tot een onzuiver beeld van God, dan is dit onontkoombaar. Het zal wat wezen als van christenpolitici gezegd moet worden dat zij beter met een molensteen om de hals in de Hofvijver geworpen hadden kunnen worden (Lukas 17:2).

En als nu al die verloren zonen van het Binnenhof terugkeren naar God? Dan vinden de engelen in de hemel voor zó veel vreugde geen tranen meer.

De auteur is lid van de Eerste Kamer voor de SGP.