Rijkdom en armoede

In de Waalse kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van mr. G. Holdijk (SGP).

Wie de ”Thematische concordantie” raadpleegt, zal daarin 119 verwijzingen naar Bijbelteksten over rijkdom aantreffen en 127 over armoede. Men kan dus geenszins stellen dat de Bijbel niet geïnteresseerd is in het vraagstuk van rijkdom en armoede.

Als de zaak van armoede en rijkdom een aangelegen zaak is in de Bijbel, moet het dat ook voor de christelijke politiek zijn. Hoe heeft zij zich in dezen op te stellen? Dat blijkt niet zo eenvoudig te zijn. De Bijbel is onmisbaar en genoegzaam voor alles wat nodig is voor geloof en levenspraktijk, maar de Bijbel is geen handboek voor binnen- en buitenlands beleid.

Waar de Schrift helder spreekt, spreken wij deze na. Waar hij zwijgt, durven wij niet te spreken in Gods Naam. In de politiek kunnen christenen dan niet meer doen dan proberen Gods Woord toe te passen en dus veelal op een wijze die niet expliciet of zelfs impliciet door de Schrift wordt voorgeschreven.

Het is niet eenvoudig om Bijbelse principes te vertalen naar de complexe politieke praktijk. Gods Woord gebruiken in de politiek vraagt grote behoedzaamheid en ten opzichte van medechristenen een zekere bescheidenheid. Dat neemt niet weg dat christenpolitici zich in denken en handelen hebben te laten leiden door geopenbaarde goddelijke wijsheid en daaraan getoetst mogen worden.

In de politiek spreken we meer over welvaart, eventueel volkswelvaart, dan over rijkdom. Een grondgedachte van de democratische en sociale rechtsstaat is dat burgers de zekerheid van een minimum aan materiële welvaart en immaterieel welzijn bezitten. Alles hangt natuurlijk wel af van de financiële mogelijkheden.

We hebben in het verleden zelfs een verzorgingsstaat tot stand gebracht, die van de wieg tot het graf welvaart en welzijn zou moeten garanderen. Die verzorgingsstaat is gebaseerd op de gedachte van de maakbaarheid van de samenleving en de sturende rol van de staat daarbij.

Die vorm van staatszorg is onbetaalbaar en onbestuurbaar gebleken. We zitten nu in de overgang van de verzorgingsstaat naar de waarborgstaat, waarin mensen meer voor elkaar moeten zorgen en de overheid meer op afstand blijft. De vraag is hoe we dit moeten realiseren in tijden van individualisering en ontkerkelijking.

Het is thans de eerste keer dat er in Nederland een generatie opgroeit die minder welvaart gaat kennen dan hun ouders nu. Welvaart is ten onrechte te lang vanzelfsprekend geacht. We spreken van een financiële en economische crisis.

Zo dient zich nu de noodzaak van bezuinigingen aan. Sommigen menen dat dit nog wel uitstel kan lijden. Maar áls er dan bezuinigd moet worden, waarop dan wel en waarop zeker niet? Op de ontwikkelingshulp, korten op de armsten? Of is dat absoluut taboe?

Hebben bezuinigingen ook geen negatieve effecten, bijvoorbeeld voor de werkgelegenheid? Moet de economie niet juist gestimuleerd worden? En wie moeten vooral boeten voor de bezuinigingen?

Het is voluit Bijbels om te stellen dat mensen als persoon in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven en huishouding, inclusief de eigen broodwinning. Wie werken kan, moet werken. Ook is duidelijk dat de christelijke gemeente op grond van het gebod van de naastenliefde heeft om te zien naar wie niet (meer) werken kan.

Maar hoe ver strekt de taak van de overheid zich op dit terrein? Geldt het gebod van de naastenliefde voor de overheid op dezelfde wijze als voor de christelijke geloofsgemeenschap?

Barmhartigheid wordt betracht van mens tot mens, met aanzien des persoons. Sociale zorg en sociale zekerheid zijn onpersoonlijke voorzieningen. De overheid in een rechtsstaat handelt zonder aanzien des persoons. Ze beslist voor anderen over anderen en gebruikt daarbij zo nodig dwangmiddelen. Burgers plegen te staan op hun (verworven) rechten en willen niet van liefdadigheid afhankelijk zijn.

De economische crisis is bovendien vervat in een morele crisis, veroorzaakt door het najagen van eigenbelang, hebzucht en zucht naar macht. Schuld maken wordt niet als schuld ervaren. Op dit punt zullen mensen moeten veranderen, eerst in hun denken en vervolgens in hun doen en laten.

Nu er weer verkiezingen aanstaande zijn, is daarbij voor iedere stemgerechtigde de vraag: Laat ik mij in het stemlokaal leiden door kortetermijnbelang of door hogere belangen voor mijzelf en de samenleving? De ervaring heeft geleerd dat helaas velen hun stemgedrag van het eerste laten afhangen. Ze proberen hun lasten op anderen te verhalen en hun lusten door anderen te laten betalen. Zolang die geest bij rijken en armen leidend is, is er weinig uitzicht op het overwinnen van de crisis.

De auteur is senator voor de SGP.

Wijsheid van boven

In de Waalse Kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een Haagse predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van dr. E. Dijkgraaf (SGP).

De mens weet wel waar hij het halen moet. Men groef in Babel niet de diepste put, maar bouwde de hoogste toren. Hoger op. Bereiken wat onbereikbaar scheen. Want daar ergens, boven in de lucht, als men daar toch komen kon. Eeuwen later reikt de menselijke hand nog vele malen hoger. Dagelijks cirkelen mensen zelfs hoger dan de hoogste wolken rond. Zou men dan de wijsheid daarboven gevonden hebben?

Wijsheid zoeken is wat mensen vaak bezighoudt. Al zou je dat niet altijd zeggen. Wie om zich heen kijkt, ziet velen dwaasheid vinden. Wat zou men dan gezocht hebben? Het is goed dat knappe koppen kennis vermeerderen. Het brengt ons voorspoed, langer leven, kennis, kunde. Maar helaas vaak ook weer dwaasheid. Zeker als de mens gaat denken de echte wijsheid gevonden te hebben. Als hij met onvoorstelbaar arrogantie denkt het zelf allemaal te kunnen.

Het leidt ons terug naar het eerste begin. Was dat nu juist niet de allereerste fout? Als God te willen zijn? Niet genoeg te hebben aan menselijke wijsheid maar alles overtreffend zelf heerser te willen zijn? Zelf bepalen wat goed en kwaad is?

Door de geschiedenis heen keert het telkens terug. De wijsheid van de mens neemt toe, stijgt hem naar het hoofd. Tot hij onder gaat. Opgaan, blinken en verzinken. Hoe kan het anders dat elke keer weer die grote culturen hoogtepunten beleven, maar niet persisteren?

En wat zegt ons dat over de moderne torens van Babel? Wat te denken van de euro, met vreugde ingehaald als welvaart brengend instrument terwijl men had kunnen weten een onbeheersbaar bouwwerk te creëren? Overmoed, wijsheid van beneden.

Is het niet goed te investeren in kennis, vooruitgang, innovatie? Natuurlijk wel. De opdracht de aarde te bouwen en te bewaren geldt ook anno 2012. Maar de geschiedenis leert wel dat wie zich verheven begint te voelen, zich niet realiseert dat een Ander al boven hem verheven is. Wie denkt met wijsheid naar boven te kunnen, mist de wijsheid van boven. Dan blijft kale wetenschap over.

Het is ook geen wonder dat het zo loopt. Want de wijsheid kan alleen van boven komen. God is de bron van alle wijsheid. Hoe kunnen we dan wijs worden zonder Hem? Hoe kan er werkelijk zegen rusten op wat niet uit Hem voortkomt? De wijze mens van tegenwoordig denkt dan: Dat is onmogelijk. God kan niet bestaan. Wij zullen ons zelf moeten verheffen. Maar het mooie is toch dat Gods bestaan niet van ons denken afhankelijk is? Hij is en zal zijn. Van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Iets anders is of wij God kunnen begrijpen. Zijn wijsheid is zo groot ten opzichte van onze dwaasheid. Mijn leraar wiskunde legde eens uit hoe iets van Gods almacht begrepen kon worden. Stel je eens voor, zo zei hij, dat er een dier is dat in de eendimensionale wereld leeft. Het kan alleen maar voor- en achteruit. Als het een soortgenoot tegenkomt, moeten beide achteruit. Maar op een dag komt het een diertje tegen uit de tweedimensionale wereld. Het deinst al achteruit. Maar plots is het dier verdwenen en duikt achter hem weer op. Het denkt: Verschrikkelijk, dit kan niet, dit is wetenschappelijk niet te verklaren. Maar feitelijk negeert het een natuurwet die het niet kent.

God beheerst alle dimensies. Van de vierde, de tijd, weten we dat voor God duizend jaren als één dag is en één dag als duizend jaren. Hij is inderdaad van eeuwigheid tot eeuwigheid. Onbegrijpelijk voor ons. Wetenschappelijk niet te verklaren. Maar wel waarheid, feit en werkelijkheid. En hoeveel andere dimensies zullen er zijn die wij nog helemaal niet kennen? Wij moeten het doen met de kennis van beneden. Laten we opzien naar de wijsheid van boven.

Wie de wijsheid van boven niet kent, zal hier onder veel fouten maken. Zichzelf en anderen overschatten. Torens van Babel bouwen. Denken het allemaal wel te kunnen beheersen. Het besef dat de wijsheid boven is en van boven komt, maakt afhankelijk, voorzichtig, nadenkend. Natuurlijk moeten er knopen worden doorgehakt en maatregelen genomen. Maar de arrogantie van de mens die denkt het allemaal naar zijn hand te kunnen zetten, mag geen leidraad zijn. Dan wordt het opgaan, blinken en verzinken.

Laten we vragen om wijsheid van boven. Dan gaan we verder in eigen dwaasheid. Maar niet als degenen die niet weten wat te doen. Want dan mogen we Hem volgen Die de almachtige en alwijze Koning der koningen is. Dan hebben we een boodschap voor een verloren wereld. Dan mogen we uitkomen voor de eer van Zijn naam en opkomen voor het heil van al onze naasten. Dan mogen we ieder erop wijzen dat de wijsheid van boven komt.

De auteur is fractievoorzitter van de SGP in de Tweede Kamer.

Recht en liefde

In de Waalse Kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een Haagse predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van mr. C. G. van der Staaij (SGP).

Beste Laura,

Dank je wel voor je mailtje, dat je mij stuurde naar aanleiding van het heftige Kamerdebat over Mauro, de Angolese jongen die geen verblijfsvergunning kreeg. Je schrijft dat het je getroffen heeft hoe in de brieven van Johannes over God wordt gesproken. Hij is een liefdevolle God, Die wil dat wij onze medemensen ook liefhebben. Je vindt het heel belangrijk, zo schrijf je, dat christenen ook die liefde laten zien. Dat ze met hun daden tonen dat ze wat voor elkaar over hebben.

Zeker ook van christelijke politici verwacht je dat liefde spreekt uit hun optreden. Meer dan ooit moet duidelijk zijn dat christenen niet door rancune of angst worden meegesleept. Zij moeten brieven van Christus zijn.

Beste Laura, daar ben ik het van harte mee eens. Als wij met elkaar goed in die spiegel kijken, dan moeten we eerlijk vaststellen dat er heel wat mis is. Maar laten we niet alleen somberen. We mogen ook zegeningen tellen. Er zijn gelukkig veel voorbeelden van mensen die zich met hart en ziel inzetten voor hun medemens.

Waar jij moeite mee hebt, Laura, is dat er ook christelijke politici zijn die steun geven aan wat jij noemt “hard beleid”. Laat ik vooropstellen: ik begrijp je zorgen en vragen goed. Fijn dat je het zo vriendelijk verwoordt. Dat maak ik wel eens anders mee. Na het Maurodebat in de Kamer, regende het mails vol scheldwoorden in combinatie met Bijbelteksten.

De onderwerpen die je noemt, kan ik nu niet allemaal uitdiepen. Ik wil er graag verder met je over in gesprek als je een keer langskomt. Maar enkele dingen wil ik er graag alvast over zeggen.

Allereerst dit: Liefde moet niet worden verward met weekhartigheid of sentimentaliteit. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Liefde tot de naaste is niet vooral een gevoel, maar moet zichtbaar zijn in de daden.

Heel belangrijk vind ik ook het verschil tussen de plichten van individuele christenen en de taak van de overheid. De overheid moet juist mensen straffen die zich niet houden aan de wetten. Die “harde kant” van de overheid, de rechtshandhaving, is juist ook een vorm van de liefde. De rechtsstaat staat in dienst van de liefde.

En vergeet één ding niet: eerlijk het recht handhaven door het bestuur en door de onafhankelijke rechter is niet liefdeloos, maar nodig. Daardoor weten mensen waar ze aan toe zijn, en het voorkomt willekeur en vriendjespolitiek.

Dat zie je heel goed op het terrein van het vreemdelingenbeleid. Het was bepaald geen liefdeloosheid dat de regels voor minderjarige asielzoekers aangepast werden, waardoor het moeilijker werd om een verblijfsvergunning te krijgen. Dat werd gedaan om een einde te maken aan de praktijk dat ouders uit Afrikaanse landen hun kinderen op het vliegtuig naar Nederland zetten.

Ik weet het, als je oog in oog staat met een mens van vlees en bloed, dan gun je iedereen zijn verblijfsvergunning. Maar het is wel de taak van de overheid om weloverwogen vastgestelde regels ook te handhaven.

Daarmee is het verhaal niet uit. De menselijke maat moet altijd in acht worden genomen. We moeten goed in de gaten houden dat op zichzelf billijk beleid toch buitengewoon onbillijk kan uitpakken. Daarom moet er altijd royale ruimte zijn voor maatwerk.

Tot slot nog dit. Het kan best wel eens wringen tussen recht en liefde. In een gebroken wereld is dat ook niet te vermijden. Maar voor mij staat één ding vast: recht en liefde moeten niet tegen elkaar uitgespeeld worden. Ze moeten hand in hand gaan. Liefde is ook Gods geboden bewaren, zegt Johannes! Liefde is niet de vervanging van de wet, maar de vervulling. Is dat geen mooie gedachte?

Met hartelijke groet,

Kees van der Staaij

De auteur is fractievoorzitter van de SGP in de Tweede Kamer.

Vrijheid en gelijkheid in botsing

In de Waalse Kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van mr. G. Holdijk (SGP).

In de Bijbel (Rom. 13:4a) lezen we dat de overheid in dienst van God staat, ons ten goede. Wanneer de overheid daar serieus werk van maakt, wordt de bescherming van degenen die het goede doen een feit. Dat doen zij door het recht te stellen en te handhaven. Het recht is immers het gebinte van het gebouw van de liefde. De liefde kan in een gemeenschap niet verwerkelijkt worden zonder de vormen van het recht.

De bescherming van de burgers onderling, maar vooral tegen de macht van de staat is vastgelegd in onze Grondwet. Daarin treffen we reeds vanouds een aantal vrijheidsrechten aan: de vrijheid van godsdienst, van vereniging, van meningsuiting, van onderwijs et cetera. Die vrijheidsrechten zijn niet los te zien van de christelijke wortels van onze cultuur.

Sinds 1983 kennen wij een artikel 1 van de Grondwet dat het recht op gelijke behandeling en het verbod van discriminatie vastlegt. En wie is niet voor gelijke behandeling, tegen willekeur en tegen discriminatie? Bij enig nadenken kunnen we echter ook vaststellen dat de bescherming van de vrijheid en die van de gelijkheid met elkaar in botsing komen. In wezen gaat het dan om een botsing van individuele en gemeenschappelijke vrijheidsrechten enerzijds en politiek-maatschappelijke belangen die voor iedereen dezelfde rechten en vrijheden willen realiseren anderzijds. Dit laatste vraagt om een enorme inzet en eventueel drang vanwege de staat, ten koste van de vrijheidsrechten. Inbreuken op de vrijheid van gezinnen, scholen, politieke partijen, geloofsgemeenschappen en zelfs op het persoonlijk geweten worden dan mogelijk.

De klassieke onderscheiding tussen de publieke sector en de private sector schuift op richting de publieke sfeer. Dat leidt tot een steeds groter beslag van de staat op het private leven van burgers. Deze ontwikkeling heeft niet geringe bezwaren. Het is ingrijpend dat het streven naar meer gelijkheid zich keert tegen de verbinding tussen politiek en geloof; meer precies gezegd, tegen de traditie van de christelijke moraal gebaseerd op Gods geboden.

Anders gezegd: als de Bijbels-christelijke grens tussen het goede en het kwade vervaagt of vervangen wordt door een andere grens, gebaseerd op emancipatie en zelfbeschikking van de mens, vergruist het fundament onder onze vrijheidsrechten. Dan kan recht onrecht worden en omgekeerd. Dan is de weg geopend naar de verabsolutering van het staatsgezag. Tolerantie moet het dan afleggen tegen gelijkheidsdwang.

Christenen kunnen deze ontwikkeling niet in eigen kracht keren. In gebed, in geloof en in debat, in het parlement en daarbuiten, zal overtuigend duidelijk gemaakt moeten worden dat de gelijke behandelingsvorm niet fout is, integendeel, al moet er ruimte voor diversiteit blijven. De toepassing van deze norm moet echter niet losgemaakt worden van de traditionele, Bijbels geïnspireerde waarden en normen.

Als dat niet gebeurt, komt de vrijheid van de individuele christenburgers (en joden) alsmede die van hun verbanden in het gedrang. Dan wordt gelijkheid de vijand van de vrijheid. Dan dreigt de totalitaire staat die mensen ondergeschikt maakt aan Gode vijandige machten.

De auteur is senator voor de SGP.

De Almachtige regeert

In de Waalse Kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een Haagse predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van prof. dr. Elbert Dijkgraaf (SGP).

Welke politieke partij zou er niet van dromen even alle macht te hebben? Verkiezingen zijn achter de rug en de eigen partij heeft de meerderheid in Tweede en Eerste Kamer. Een nieuwe tijd breekt aan. Eindelijk kan gerealiseerd worden waar we ten diepste van overtuigd zijn.

Wat zou het goed zijn voor het Nederlandse volk. Eindelijk worden de grote problemen echt aangepakt. Eenheid ontstaat er tussen economie en ecologie, de financiële problemen worden daadkrachtig opgelost, de zwakken in de samenleving worden niet getroffen maar geholpen, Bijbels genormeerde politiek wordt verwezenlijkt. Een oase in de geschiedenis.

Machthebbers

De werkelijkheid is een andere. De macht van elke partij is uiterst beperkt. In de geschiedenis hebben zich verschillende perioden voorgedaan waarin er wel degelijk sprake was van grote macht van enkelen. Daar hebben we niet de beste herinneringen aan. Macht corrumpeert, is niet voor niets een gezegde dat velen kennen. Macht heeft in politieke termen voor velen een negatieve klank. Niet voor niets.

Macht was in de historie vaak ook uiterst broos. Zelfs machthebbers die hele continenten onder de duim hadden, moesten na verloop van tijd hun handen terugtrekken. In de geschiedenis is het een steeds terugkerende beweging van opkomen, blinken en verzinken.

Macht van enkelen is ongewenst. De deling der machten is dan ook een thema dat onmiddellijk op tafel komt als een der machten machtiger wordt dan we wenselijk achten.

Maar wat is eigenlijk de macht van die overheid? Overschatten we niet vaak wat zij kan? Hoe vaak staan we niet machteloos te kijken als er zich diep ingrijpende zaken voordoen in de samenleving? Wie huivert niet bij de schietpartij in Alphen aan den Rijn? Is dit niet een voorbeeld van de beperkte invloed die de overheid heeft?

Verwonderen

Wie is als God? De mens niet. Hij altijd almachtig, wij zo vaak machteloos. De almacht van God verheugt ons. Wie let op het beperkte deel van Zijn schepping dat wij doorgronden en ziet op alles wat we nog niet begrijpen, kan zich alleen maar verwonderen in Zijn wijsheid en macht.

Wat is de reden dat we ons verheugen in de almacht Gods, maar bang worden als mensen te veel macht krijgen? Is het niet omdat we weten dat God goed is en de mens niet? De mens kreeg na de schepping de macht om het goede te doen. Hij had de vrije keus tussen goed en kwaad. En bijna meteen koos de mens een eigen route. Hij wilde als God zijn. Ontevreden met de hem toebedeelde macht. Er is niets nieuws onder de zon.

Wie inleeft wat de mens met macht doet, moet niet ontevreden zijn met de beperkte macht die de mens heeft. Wie zal ons het goede doen zien? De mens niet, maar God wel. God is de almachtige. Hij regeert. Hij is de Koning der koningen. Dat geeft rust. Dwars door alle machteloosheid van de mens heen, regeert Zijn machtige arm de vromen. De Heere zal zorgen voor het Zijne. Wij kunnen Zijn naam wel oneer aandoen, maar Hij zal zorgen dat Hij alle eer krijgt.

De auteur is lid van de Tweede Kamer voor de SGP.

Seculiere dictatuur misbruik van gezag

In de Waalse Kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een Haagse predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van ir. B. J. van der Vlies (SGP).

Van vertrouwen wordt gezegd dat het te voet komt en te paard gaat. Anders gezegd: je moet er hard voor werken om het te krijgen en te verdienen, terwijl je het maar zo kunt verspelen. Is het met gezag eigenlijk anders? Het vijfde gebod van de Wet des Heeren vraagt gehoorzaamheid van kinderen aan het ouderlijk gezag. De Heidelbergse Catechismus breidt dit uit tot “allen die over ons gesteld zijn” en verzoekt hun alle eer, liefde en trouw te bewijzen en geduld te hebben met hun eventuele gebreken en zwakheden. Zo ongeveer is het ook met burgers ten aanzien van hun overheid.

Romeinen 13 spreekt er duidelijk van, er is geen macht dan van God. Hij stelt overheden aan als Zijn dienares, ons ten goede. Onze overheid is dus bekleed met gezag. We leven in een rechtsstaat en niet in een dictatuur. Dat laatste zouden we uiteraard ook nooit willen. We trekken in internationaal verband niet voor niets ten strijde tegen de dictaturen die er her en der nog bestaan.

In een dictatuur is er een machthebber met onbeperkte macht die vaak ook beschikt over leven en dood. Geen overleg, geen samenspraak, alles onderworpen aan de wil van die ene. Als het aan één persoon hangt, verfoeien we dat. De geschiedenis laat duidelijk ontsporingen zien, met verstrekkende gevolgen.

Maar hoe zit het dan met ideeën en denkrichtingen? Wel overleg, wel samenspraak, als het er maar toe leidt dat wordt gedaan wat ‘men’ wil. Dat is de dictatuur van het seculiere denken. Religie moet uit het publieke domein worden verbannen naar de privésfeer. Je mag persoonlijk tegen abortus zijn, maar het niemand verbieden. Je mag pleiten voor zondagsrust, maar mensen niet beletten in hun keuze en vrijheid om op zondag te gaan winkelen.

Vrijheid van onderwijs

Sterk komt dat ook naar voren in de actuele discussie over homoseksualiteit. Scholen mogen wel omwille van hun identiteit in hun grondslag opnemen dat homoseksualiteit wordt afgewezen, maar mogen niet van hun leerkrachten vragen die grondslag te ondertekenen. Een columnist in Binnenlands Bestuur drukt het kernachtig uit: De scholen mogen geloven wat ze willen, als ze daarna maar doen wat Plasterk wil. Kwestie van gezag, zo heet het dan! Maar de grondwettelijke vrijheid van onderwijs wordt er intussen onaanvaardbaar door aangetast.

Over gezag gesproken! Zo maar wat concrete voorbeelden. We willen niet dat zo veel ouders het uiteindelijk laten afweten bij de opvoeding van hun kinderen. Centra voor jeugd en gezin, opvoedingsondersteuning, alle hens aan dek. We willen niet dat zo veel jongeren in de zuigkracht van alcohol en drugs kopje-onder gaan. Zelfregulering noch gedoogbeleid is effectief. Er moet met gezag tegen worden opgetreden. We willen niet dat verveelde jongeren de straat in bezit nemen en terroriseren. Het is toch ten hemel schreiend dat bijvoorbeeld onlangs vijf jongeren in Gouda van hun bed moesten worden gelicht omdat zij de optredende politie met stenen bekogelden. En gelukkig dat daar dan gezaghebbend tegen in wordt gegaan. Dat komt er allemaal van als het gebod van God niet in ere wordt gehouden.

Hoe voornaam de grondwettelijke vrijheden binnen ons bestel ook zijn, zolang die vrijheid niet wordt ingevuld met God naar Zijn Woord te dienen, is er nog veel te doen en vooral veel te bidden. Te bidden om een reveil, om een gehoorzamen van de zegenrijke en heilzame Tien Woorden. Zeker ook zo intensief om de nodige wijsheid en kracht. Wie dat in oprechtheid van God begeert, komt erachter dat Hij mild schenkt en geen verwijten maakt.

Een Bijbels voorbeeld: Mordechai boog niet voor een mens, zelfs niet na aanhoudende waarschuwingen (Bijbelboek Esther) . Daarmee negeerde hij een uitgevaardigde wet. Daardoor stelde hij zijn leven in de waagschaal. Maar door niet te buigen was hij de koning, zijn volk en de komst en de voortgang van het Koninkrijk van God uitzonderlijk tot dienst. Kortom, een man uit één stuk, een man van gezag. Hij kreeg dat en het vertrouwen er bij! In de kern ligt hier de oplossing voor elke gezagscrisis.

De auteur is voorzitter van de SGP-fractie in de Tweede Kamer.

Godsregering levende, maar aangevochten werkelijkheid

De Heere regeert! Dat is het hart van het theocratisch belijden, waarvan de Bijbel vol is.


Uit het Bijbelgedeelte waar we vandaag over nadenken -het gezicht van de hemelse troonzaal in Openbaring 4:1-5- spreken in het bijzonder Zijn ontzagwekkende, glorieuze majesteit en macht. Wat een luister, wat een pracht! Hij is dan ook de Koning der Koningen, de Heere der Heeren. Wie zou die hoogste Majesteit dan niet met eerbied prijzen?

Heeft de belijdenis van de Godsregering ook politieke gevolgen? Nou en of. Nee, niet in de zin dat aardse bestuurders het Koninkrijk van God moeten gaan realiseren op aarde. De geloofswetenschap dat God Zelf het bestuur in handen heeft, haalt juist alle kramp uit ons politiek optreden. Zijn wegen zijn hoger dan de onze.

Het verhaal gaat dat er ooit eens een ouderling was die met grote letters dwars over zijn stembiljet schreef: De Heere regeert! Het is een goed woord, maar niet op de goede plaats. Dat de Heere regeert, staat het deelnemen aan de democratie niet in de weg.

De belijdenis van de theocratie, de Godsregering spoort wel aan om binnen het democratisch bestel ernst te maken met een Bijbels genormeerd beleid. Om op te roepen God te dienen, en niet de afgoden van deze tijd. Om dienende politiek na te streven, die leeft vanuit de werkelijkheid dat God regeert. Overheden staan immers in dienst van God.

De Godsregering is levende werkelijkheid. De erkenning daarvan is dat bepaald niet. Het ongeloof in onze samenleving is een aangrijpende werkelijkheid. Maar dat kan de belijdenis dat God regeert niet uitwissen. De roeping om Hem te eren blijft staan. De heidense koning Belsazar werd veroordeeld omdat hij God niet had verheerlijkt!

In ons staatsbestel zijn nog flakkerende lampjes te vinden waarin die noties van de erkenning van de Godsregering uitdrukkelijk uitkomen. Denk bijvoorbeeld aan de wetten die worden uitgevaardigd door de koningin, bij de gratie Gods. Denk aan het aanroepen van Gods Naam in de ambtsgebeden en de eedsformule. Maar ook de strafbaarstelling van godslastering is daarvan een duidelijk voorbeeld.

Dragers van moraal

Er is alle reden om zuinig op deze symbolen te zijn. Daarom beschouw ik het als een verkeerde weg om islamitische eedsformules mogelijk te maken. Daarom ook gaat de voorgestelde afschaffing van de bepaling die godslastering strafbaar stelt mij zo aan het hart. Wetten zijn niet alleen instrumenten van beleid, maar ook dragers van recht en moraal.

De belijdenis dat God regeert is niet alleen iets voor het privédomein. Het is zaak dit staande te houden tegenover degenen die godsdienstige overtuigingen buiten de publieke sfeer willen houden. Het is onmogelijk onze diepste waarden en drijfveren buiten werking te verklaren. Dat geldt trouwens voor iedereen. Over huwelijk of echtscheiding bijvoorbeeld hebben niet alleen christenen, maar alle mensen hun in geloof of levensbeschouwing gefundeerde opvattingen. De belijdenis van de Godsregering is beslist geen ongeldige stem in het publieke en politieke debat.

De werkelijkheid van de Godsregering kan voor ons verborgen zijn. Het is ook een aangevochten belijdenis. Toch is het dit, waarvan ook het laatste Bijbelboek in aangrijpende schilderingen getuigt: Zijn Koninkrijk komt. Ook al zien we wereldwijd soms overheden als duivelse dienaren christenen vervolgen, deze bestrijders hebben niet het laatste woord. De overwinning is zeker bij Hem, Wie niets uit de hand loopt. Eens zullen zelfs de koningen der aarde hun heerlijkheid en eer inbrengen in het nieuwe Jeruzalem (Openb. 21:24). Hem, Die op de troon zit, en het Lam, zij de dankzegging, en de eer en de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid (Openb. 5:13).

De auteur is lid van de Tweede Kamer voor de SGP.

Geen plaats voor trots op Nederland

Veel medeburgers worden bekoord door de politieke leus “Trots op Nederland”. Mevrouw Verdonk heeft onder deze vlag diverse knelpunten benoemd, maar helaas nog maar weinig oplossingen aangewezen. Ze appelleert aan een gevoel dat wij allemaal wel kennen.

Ik houd van mijn, van ons land. Dat heeft te maken met de wordingsgeschiedenis van Nederland. Dat heeft te maken met de prestaties die er in de loop der jaren zijn neergezet, binnen onze landsgrenzen en ver daarbuiten. Dat heeft te maken met de gastvrijheid voor verdrukte en vervolgde geloofsgenoten. Natuurlijk, er zijn ook donkere bladzijden, maar alles overziende zou ik niet weten met welk land ik zou willen ruilen. Maar trots op Nederland? Neen, daarvoor mankeert er nog veel te veel aan.

Het land waarin we wonen is een van de rijkste en welvarendste landen ter wereld. Het kent een uniek onderwijsbestel waarin ouders onderwijs kunnen verlangen voor hun kinderen overeenkomstig de godsdienstige overtuiging thuis en in de eigen kerk. Met Nederlandse hulp en euro’s wordt overal ter wereld nood gelenigd en de helpende hand geboden. Dat is geen kwestie van trots, maar veel meer van dankbaarheid.

Het land waarin we wonen is ook een land waarin veel van wat God verboden heeft normaal wordt gevonden, ja zelfs wettelijk is goedgekeurd. Ik denk aan die tienduizenden kinderen die in de moederschoot worden omgebracht; aan al die mensen die, al dan niet op eigen verzoek, worden gedood; aan dat huwelijk dat geen huwelijk is maar tóch zo wettelijk is verankerd, het zogenaamde homohuwelijk. Dat zijn zaken waarvoor je je schaamt. Daar wil je om zo te zeggen eventjes niet bij horen. Maar het is wel mijn land.

Privédomein

In ons land wonen we met veel anderen en andersdenkenden. Dat leidt onmiskenbaar tot spanningen. Van de weeromstuit verbant men religie makkelijk en goedkoop naar het privédomein. Dat is natuurlijk totaal onmogelijk; het is bovendien onwerkelijk, onheus en onhistorisch.

Ik denk aan soms kleine groepen jongeren die een hele wijk in de ban van hun straatterreur houden. Ik denk aan vuilspuiterij via internetsites, en provocaties. Ik denk aan vreselijke godslasteringen in de publieke ruimte. Zaken waartegen krachtig moet worden opgetreden. De sfeer van pappen en nathouden is voorbij. De overheid, en dus de politiek, moet daadkrachtig en gezaghebbend optreden. Daarvoor moet politiek draagvlak worden verworven, wat lang niet altijd vanzelfsprekend is.

Wat mij betreft is de kern van de politieke boodschap dat de Bijbelse waarden en normen zegenrijk zijn. Het is niet te peilen hoe rijk deze missie is en hoe vol van duurzaam perspectief. In het houden van Gods geboden is groot loon. Die zegen is niet voor te rekenen noch na te calculeren, maar is wel een wonderlijke werkelijkheid die in geloof te aanschouwen is. Daartoe moeten de vertroebelde voorzetlenzen voor onze ogen weg. Bekering en wederkeer heet dat, met als gevolg aan- en afhankelijkheid van de gekruisigde en opgestane Heere en Heiland Jezus Christus.

Moed benemend, het land waarin we wonen? Nou nee! De apostel Johannes schreef aan de vervolgde gemeente te Pergamus: “Ik weet waar gij woont.” God hield de leden van die gemeente vast, juist omdat zij zich zo dicht bij de troon van satan bevonden. En zie dan hoe zij hun geloof niet verloochenden. Ze beleden Zijn Naam, wat er ook tegenin kwam. Ze hebben er werk aan gehad, Gods zegeningen te tellen. Hoezeer ook verzondigd, wij hoeven het niet met minder te doen.

De auteur is voorzitter van de SGP-fractie in de Tweede Kamer.