Angst niet altijd een slechte raadgever

In de Waalse Kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een Haagse predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van Elbert Dijkgraaf (SGP).

David was erg bang, lezen we in 1 Samuël 30. Dat was niet verwonderlijk, als je let op de omstandigheden. De Amalekieten hadden woest om zich heen geslagen. De vrouwen en kinderen waren meegenomen en de stad was met vuur verbrand. En nu keerden de eigen mensen zich ook nog tegen David zélf. Om bang van te worden.

Angst en politiek zijn elkaars vrienden niet, zou je zeggen. Angst is een slechte raadgever, heb ik altijd geleerd. Maar is dat wel zo?

Zeker, angst kan verlammend werken. Als een konijn gevangen wordt door de koplampen van een auto, blijft hij roerloos zitten. De afloop kun je raden. Dat is in dit geval dus niet de beste strategie. Maar angst hóéft niet verlammend te werken. Het kan ook heel heilzaam zijn. Alert maken, als het nodig is.

Ruim twee jaar geleden mocht ik voor het eerst de begroting van Defensie behandelen. Het was een verbijsterend debat. Wie in de wereld om zich heen keek, zag overal bedreigingen. Voldoende redenen om te investeren in de verdediging van ons land, zou je zeggen. Vijanden in overvloed: piraten kaapten onze schepen, al-Qaida zaaide wereldwijd dood en verderf en vijanden van Israël schoten dagelijks raketten af op Tel Aviv en andere steden. Om niet meer te noemen.

Maar van angst was weinig te merken. Het leek er eerder op dat velen dachten dat de wereldvrede was uitgebroken. Er werd fors bezuinigd op defensie en de minister kon niet uitsluiten dat er nog méér bezuinigd zou moeten worden. Dat klimaat van ongefundeerd geloof in vrede sloeg om toen Poetin de Krim binnenviel en later vlucht MH17 neergehaald werd.

Het sloeg om toen er een aanslag in Parijs plaatsvond. Het sloeg om door de moordpartijen die IS en Boko Haram aanrichten.

Verschrikkelijke gebeurtenissen natuurlijk. Maar feitelijk zijn die verschrikkingen niet meer dan symbolen van de onderliggende onveiligheid die er altíjd is. Niet alleen in het oosten van Europa. Niet alleen in Afrika. Niet alleen in de Arabische wereld, maar wereldwijd. Het verontrustende is dat mensen die symbolen nodig hebben om voldoende alert te worden. Verontrustend omdat het geen enkele garantie biedt voor voldoende investeringen in overheidstaak nummer één: veiligheid. Want wie garandeert dat veiligheid voldoende aandacht krijgt, ook als het schijnbaar weer rustiger wordt?

Angst was in dit geval dus een goede raadgever, omdat hij veiligheid opnieuw op de agenda zette. Maar als de angst wegebt, loop je het grote risico dat veiligheid opnieuw het kind van de rekening wordt. Als alleen angst de raadgever is, gaat het mis. Laten we alert zijn en blijven, wetend dat het kwaad om zich heen grijpt. Nu, en zeker ook in de toekomst.

In een debat vroeg een collega mij eens hoelang ik door wilde gaan met investeringen in defensie. Ik heb toen geantwoord: „Tot er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zijn.” Want tot dat moment zal het kwaad zich blijven roeren. Dat betekent niet dat we overbezorgd moeten zijn. Ik denk aan het gedicht dat iedereen wel kent, of gedeelten eruit:

Een mens lijdt dikwijls ’t meest, Door ’t lijden dat hij vreest. Doch dat nooit op komt dagen. Zo heeft hij meer te dragen, Dan God te dragen geeft.

Het leed dat is, drukt niet zo zwaar, Als vrees voor allerlei gevaar. Doch komt het eens in huis, Dan helpt God altijd weer, En geeft Hij kracht naar kruis.

We hoeven niet angstig te worden als we zien wat er om ons heen gebeurt. Voor ons is er meer reden om rustig en beheerst de situatie te beschouwen. Want we mogen weten dat het kwaad al overwonnen is. Christus is opgestaan en ten hemel gevaren.

Bij Zijn hemelvaart hebben we vorige week weer stilgestaan. Met het oog omhoog, als het goed is. Hij zit nu op de troon. Hij regeert.

Het is waar, de satan gaat rond als een briesende leeuw. Maar hij heeft de strijd al verloren. Daar is geen twijfel aan. Wie het laatste Bijbelboek Openbaring leest, zou angstig kunnen worden over wat nog komen gaat. Maar alleen als hij ziet op de aankondiging van nog meer oorlogen, aardbevingen en vervolgingen. Dan zou je het hoofd kunnen laten zakken.

Maar wie het hoofd omhoog heft, hoort iets anders. Wie het hoofd omhoog heft, hoort de voetstappen van Jezus Die terugkeert naar de aarde. Wat een schitterend perspectief. „En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer.”

De auteur is Kamerlid voor de SGP.

Vriendschap laat mensen anders zien

In de Waalse Kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een Haagse predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van Kees van der Staaij (SGP).

Voor een echte vriend doe je alles. Dat zien we prachtig terug bij David en Jonathan. Ze waren bondgenoten, ze gunden elkaar het beste. Jonathan wilde niet dat David gevaar liep, en waarschuwde hem als dat dreigde. David schreef Jonathan niet af, ondanks de vijandigheid van zijn vader Saul. Wat een bijzonder intense en hartelijke verbondenheid!

Echte vriendschappen versterken de samenleving. Geweldig toch als mensen voor elkaar zorg dragen. Mensen die het fijn vinden om jou een plezier te doen. Mensen die intens meeleven als je ziek bent. Mensen die het voor je opnemen als anderen iets onaardigs over je zeggen. Als kwetsbare mensen kunnen we niet zonder anderen die zich om ons bekommeren. Anders zou het maar een eenzaam bestaan zijn.

Gelukkig zijn er heel wat mogelijkheden om verbonden te zijn met anderen. Door families, door het huwelijk, in de kerk, door buren. En zomaar, door je hele levensweg heen, kunnen daarbij ook mooie vriendschappen wortel schieten. Een Godsgeschenk. Dat is trouwens ook de betekenis van de naam Jonathan.

Ik heb het tot hiertoe over de verhoudingen van mens tot mens. Anders is het als het om de overheid gaat. Er is niets mis mee als jij een echte vriend in je avonduren gaat meehelpen een dakkapel te bouwen terwijl je dat voor een ander niet zomaar zou doen. Burgers hoeven elkaar niet gelijk te behandelen. Maar een overheid moet dat wél. Dat staat zelfs in de Grondwet. Als alleen het vriendje van een wethouder een vergunning voor een dakkapel krijgt en ik voor een soortgelijk rijtjeshuis een botte weigering krijg, dan klopt daar helemaal niets van: vriendjespolitiek!

Vriendjespolitiek en corruptie geven geen pas. Eerlijke rechters, faire bestuurders – handelen zonder aanzien des persoons. Als dat er niet is, is er geen rechtsstaat. Dan woont er geen gerechtigheid. In de internationale politiek wemelt het van de nepvrienden. De vijand van onze vijand is vandaag onze vriend. Maar diep zit het niet. Ik zou zeggen: pas op als Iran wil helpen om IS tegen te gaan. Van verkeerde vrienden kun je veel last hebben.

Ook wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Lees Johannes 19 maar. Stadhouder Pontius Pilatus vindt geen schuld in Jezus, maar levert Hem toch over om gekruisigd te worden. Waarom? Hij was bang dat hij anders geen vriendjes meer zou zijn met keizer Tiberius, met alle gevolgen van dien. Hij was bang in ongenade te vallen bij de keizer als hij niet steviger zou optreden tegen een Koning der Joden. „Hoe wordt Jezus nog dagelijks veroordeeld en verworpen om de vriendschap van de keizer”, zei de theoloog Abraham Hellenbroek in de achttiende eeuw al. Hoe weinigen hebben er zin in om een vijand van de zondige wereld te worden, om een vriend van God te zijn.

Vandaag de dag is het niet anders. Voor een echte vriend doe je alles, zou je misschien zelfs je leven willen geven. Het wonder van Christus’ lijden is nog veel groter. Hij ging de dood in voor vijanden! Onbegrijpelijke liefde. Hij is het die ons Zijn vriendschap biedt.

Als die liefde in ons hart de boventoon voert, kijken we ook anders naar de mensen om ons heen. Vrienden heb je lief, dat gaat vanzelf. Maar heb ook je vijanden lief, zegt Christus. Ik hoorde het in Nigeria: christenen die zelf de vreselijkste dingen meemaakten, maar toch vergevingsgezind voor hun vijanden van Boko Haram baden. Indrukwekkend. Als politicus zeg ik er gelijk bij: dat doet niets af aan de dure plicht voor de overheid om alles op alles te zetten om bescherming tegen vijanden te bieden.

Terug naar politiek Den Haag. Je moet de politiek niet ingaan om vrienden te maken. Al helemaal niet om vriendjes te worden met partijen die vijandig staan tegenover de kern van je gedachtegoed. Maar we hoeven ons er niet voor te schamen om met welke partij dan ook goede zakelijke afspraken te maken als het landsbelang dat vraagt. Juist als we goed weten waar we zelf voor staan, dat duidelijk maken en er niet mee marchanderen, kan dat lijden.

Tot slot: morgen zijn er weer verkiezingen. Ik spreek wel de hoop uit dat u wilt bijdragen aan een goede uitslag voor uw echte politieke vrienden. Wie dat zijn? Dat ga ik voor u niet invullen. Maar als u het mij vraagt, dan zou ik zeggen, dat zijn degenen die amen zeggen op het Woord van Christus: Gij zijt Mijn vrienden, zo gij doet wat Ik u gebied (Joh. 15:14).

De auteur is Kamerlid voor de SGP.

Voorbede voor de overheid

In de Waalse kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus een toespraak houdt. Deze toespraak is van dr. Roelof Bisschop.

Een jaar of vijf geleden leverde ik op verzoek van de SGP voor het eerst een bijdrage aan een ”summer school” in Albanië. Die was georganiseerd voor en door jonge Albanese christenen. Uit de onderlinge gesprekken ter plaatse bleek al snel dat onder hen sterk de vraag leefde of zij zich als christen wel op het terrein van de politiek mochten begeven. Was dat niet een vorm van ontrouw aan christelijke waarden? En mocht je wel voor politiek en overheid bidden? Lagen die niet op het terrein van de boze? Je bent als christen toch pelgrim, vreemdeling op deze aarde? Iemand die een beter Vaderland zoekt?

Dat waren in hun situatie zeer begrijpelijke vragen. Decennialang waren christenen vervolgd, Bijbels verboden en geheime samenkomsten verstoord. De atheïstische communistische ideologie was allesoverheersend aanwezig geweest, niet het minst ook in opvoeding en onderwijs. Politiek en overheid hadden zich gemanifesteerd als exponenten van het kwaad. Geen wonder dat een Bijbelgedeelte als 1 Timotheüs 2:1-4, maar ook Romeinen 13, voor hen moeilijk te plaatsen was. Wat stond hun echter te doen, nu Albanië een parlementaire democratie vormde?

Tweeërlei regiment

Buitengewoon verhelderend voor hen was de kennismaking met de visie van Johannes Calvijn op de plaats en taak van staat en overheid. Door diens concept van het ”tweeërlei regiment” realiseerden zij zich dat de goede God na de zondeval middelen ingesteld heeft om de doorwerking van het kwaad en de macht van de boze in Zijn schepping tegen te gaan. Enerzijds door het ”geestelijk regiment” (waaronder de kerk) en anderzijds door het ”burgerlijk regiment” (waaronder de overheid).

Daardoor werd hun duidelijk dat de overheid niet behoort tot het rijk van het kwaad, maar dat die Gods dienares is, Zijn ”diakonos” (Romeinen 13:4). Om recht en gerechtigheid te oefenen, om zonde, ongerechtigheid en kwaad tegen te gaan, om de maatschappelijke orde te handhaven, de kwaden te straffen en de goeden te beschermen.

De vraag of je wel voor politiek en overheid mag bidden, verandert zo in een aangename plicht: smekingen, gebeden, voorbiddingen en dankzeggingen doen voor alle mensen – en dus ook voor de overheid. Om zo die overheid, als weerhoudende kracht tegen de macht en doorwerking van het kwaad, te ondersteunen en te versterken. Ook de vraag of je, waar mogelijk, mag deelnemen aan het politieke besluitvormingsproces komt dan in een ander licht te staan. Waar gelegenheid en mogelijkheid geboden worden, is dat je verantwoordelijkheid. Immers: ora et labora.

Gedragen

Vóór alle dingen smekingen, gebeden, voorbiddingen en dankzeggingen doen voor alle mensen, voor koningen en allen die in hoogheid zijn. Maar heeft dat dan wel zin? Eigenlijk is die vraag overbodig. Paulus zou dat, geïnspireerd door de Heilige Geest, ons niet opgedragen hebben als dat een vruchteloos werk zou zijn. Maar laat ik de waarde van het gebed voor de overheid en haar bijkomende facetten concreet maken door twee actuele voorbeelden.

Als lijsttrekker bij gemeentelijke en provinciale verkiezingen was ik meer dan eens betrokken bij een veelheid aan verkiezingsactiviteiten. Als dan in de voorbede op zondag de christelijke politici opgedragen werden aan de troon van Gods genade, of als een mevrouw na afloop van een verkiezingsbijeenkomst je even aanschoot met de opmerking: „Ik bid elke dag voor jullie”, dan wist je je gedragen op de vleugels van het gebed – hoe de uitslag ook zou zijn.

Tweede voorbeeld. In mei 2013 werd door de Tweede Kamer het wetsvoorstel behandeld dat de benoeming van gewetensbezwaarde trouwambtenaren in het vervolg onmogelijk zou moeten maken. Namens de SGP zou ik aan het debat deelnemen. In de aanloop naar het debat kwam er een berichtje langs: „Ik wil u graag laten weten dat ons landelijke gebedsteam nu voor jullie in gebed is.” – Ja maar, dat heeft niet geholpen, toch? Inmiddels is het van kracht geworden!

Toch ligt dat anders. Hoe het verder zal gaan, moeten we afwachten, maar alle bidders mogen weten dat hun gebed in elk geval tot persoonlijke ondersteuning van die politici is geweest, die ernaar verlangden om voor Gods naam en zaak uit te komen.

Juist de christen, die als pelgrim, als vreemdeling op deze aarde leeft, weet het zeker: die bij ons zijn, zijn meer dan die bij hen zijn. Omdat hij weet heeft van de kracht van het gebed voor de overheid.

De auteur is Kamerlid voor de SGP.

Christen mag op zijn recht staan

In de Waalse Kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een Haagse predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van Elbert Dijkgraaf (SGP).

Het lijden in deze wereld is groot. Op 29 april 1945 overvielen de Duitsers het jachthuis de Jolly Duck in Zevenhuizen, mijn huidige woning. Toen was dat huis het hoofdkwartier van de Binnenlandse Strijdkrachten. In het huis zaten twaalf verzetsstrijders en zeven piloten van neergestorte vliegtuigen. U moet bedenken dat de Russen al in Berlijn vochten. Op enkele honderden meters van de bunker waar Hitler zat. Op 30 april zou die een eind aan zijn leven maken. Nog zes dagen en de oorlog was voorbij…

Maar bij de Jolly Duck was het oorlog. De Duitsers hadden lucht gekregen wie er zaten en overvielen het huis. Een vuurgevecht brak uit. Aan weerszijden vielen slachtoffers. Een Amerikaanse piloot, John McCormick, en verzetsleider Van Rij werden doodgeschoten. Wat een lijden.

Op 29 april herdachten we de overval, in het bijzijn van de minister van Defensie. Wat mij trof, was de intense manier waarop de gebeurtenis werd herdacht. Veel verhalen kwamen boven. Niet alleen van de vroegere gebeurtenis, maar ook van de impact die het heeft gehad op mensen die erbij geweest waren, voor de rest van hun leven. Het lijden zette zich voort. In vragen over dood en leven. Oorzaak en schuld. Had het voorkomen kunnen worden? Wat zou er gebeurd zijn als er anders gehandeld zou zijn? Wat een lijden.

We leven bijna zeventig jaar later. Maar laten we de lessen uit die tijd niet vergeten. Laten we blijven strijden voor de vrijheid. Laten we het lijden zo veel mogelijk proberen te voorkomen. Een sterke krijgsmacht is dan in ieder geval essentieel.

Laten we leren van het verleden. Zes miljoen Joden kwamen om in de concentratiekampen. Hoe schrijnend is het dan dat zeventig jaar later rapport na rapport moet constateren dat het antisemitisme bij lange na niet uitgeroeid is. Anno 2014 vragen Joden in Europa zich af hoe erg het dagelijkse lijden moet worden voordat er actie wordt ondernomen. En het alternatief, verhuizen naar Israël, biedt evenmin veiligheid. Strijden tegen antisemitisme en voor een Joodse staat met veilige grenzen blijft essentieel.

Het vele lijden kan lijdzaam maken. En soms is dat goed als we beseffen hoe afhankelijk we zijn. Als ingeleefd wordt wat de gevolgen van de zonde zijn. Ook die van ons zelf.

Maar aan de andere kant moet het vele lijden ons motiveren de strijd aan te gaan met het onrecht. Een christen mag op zijn recht staan. Een christen moet soms zelfs op zijn recht staan. We zijn geroepen recht te maken wat krom is. Al weten we dat onze hand vaak tekortschiet. Maar als we die opdracht krijgen uit Gods eigen almachtige handen, dan geeft dat moed. Het zet juist aan om te strijden voor recht en gerechtigheid.

Een christen lijdt. In oorlogen is dat duidelijk. Dan lijdt een christen net als anderen als slachtoffer onder het juk van ongerechtigheid. Elders is sprake van christenvervolging. Wie zou willen ruilen met een Chinese of Noord-Koreaanse christen? Laten we zo veel mogelijk achter hen staan en proberen dit onrecht tegen te gaan. Het maakt wel duidelijk dat we anno 2014 nog steeds veel hebben om dankbaar voor te zijn in ons land. Neem alleen al het feit dat we hier rond Gods Woord aanwezig mogen zijn.

Weliswaar hebben we te maken met tegenwind. Ik denk aan vriend Wim Pijl, die in deze gemeente ontslagen werd als gewetensbezwaarde ambtenaar. Een ambt dat hij jarenlang naar tevredenheid vervulde, mag hij niet meer uitoefenen. Ik denk aan werknemers die onder druk gezet worden om op zondag te werken. Ook in deze gevallen mogen we op ons recht staan door wegen te zoeken de vrijheid te behouden. Het gaat immers om door God gegeven instellingen?

Maar laten we de andere kant van het lijden niet vergeten. De puriteinen leren ons dat de grootste verzoeking niet is gelegen in het hebben van strijd, maar juist ontstaat als er géén strijd is. Als het geloof géén offers meer kost, als het niet beproefd en verdrukt wordt, dan wordt het vaak ook niet geoefend. Paulus zegt in Filippensen 3 dat het zijn streven is om Christus gelijkvormig te worden en te kennen, niet alleen in Zijn opstanding, maar ook in Zijn lijden.

Een christen lijdt. Maar onze Christus heeft geleden. Hij mocht de woorden spreken: „Het is volbracht.” In dat offer is vergeving te vinden. In Zijn lijden wordt ons lijden weggenomen. Hoewel wij dagelijks geroepen worden om te strijden, mogen we weten dat de grote strijd gestreden is. Er is maar één overwinnaar. En dat is onze almachtige God, die alle dingen bestuurt. Halleluja.

De auteur is Kamerlid voor de SGP.

De Geest van Agabus

In de Waalse Kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een Haagse predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van Kees van der Staaij (SGP).

Het is crisistijd. Agabus heeft een hongersnood aangekondigd. De kerk komt in actie en maakt werk van zorg voor elkaar. Voorbeeldig. Maar hoe reageert de politiek op de nood van de tijd? Buitengewoon ongelukkig. De regeringsdaden van koning Herodes Agrippa I staan in Handelingen 12 beschreven. Ingeklemd tussen het verhaal over de hongersnood en de succesvolle diaconale actie. Wat staat er beschreven van deze Herodes? We lezen niets over een verstandig economisch en sociaal beleid. Alleen maar over onverstandige besluiten.

Herodes zet de toon in christenvervolging: juist in die tijd van de inzamelingsactie laat Herodes Jakobus onthoofden. Helaas een beproefd recept – in moeilijke tijd heb je een zondebok nodig. Stuitend onrecht: dat is het trieste resultaat als je zonder moreel kompas de publieke opinie tot richtsnoer neemt!

Ook vandaag de dag is dat een verleiding, om gerechtigheid aan de kant te zetten voor onderbuikgevoelens. Natuurlijk, er is niets mis mee om goed te luisteren naar wat er onder de bevolking leeft. Dat moet zelfs. Gebeurt dat niet, dan gaan er dingen soms helemaal mis. Denk aan Rehabeam, die de belastingdruk verder opvoerde terwijl het volk al zuchtte onder de lasten. Maar dat neemt niet weg dat een belangrijk gezichtspunt is dat de meerderheid niet altijd gelijk heeft. De publieke opinie kan er finaal naast zitten – dan wordt Bar Abbas vrijgepleit en Jezus voor schuldig gehouden.

Herodes had de smaak te pakken. Het was bij het volk goed gevallen dat hij Jakobus had uitgeschakeld. Daarom liet hij ook Petrus gevangennemen. Een uitzichtloze situatie voor Petrus, zou je zeggen. Maar koning Herodes had buiten de Koning der Koningen gerekend. Buiten een biddende kerk! U kent het verhaal: God verhoorde het gebed en stuurde een engel om hem te verlossen.

Welke les is dit voor ons? Dat is deze. Diezelfde God leeft nog! Daarom is er geen reden voor fatalisme. Het kan zijn dat de secularisatie doorzet, dat het van kwaad tot erger gaat. Maar het is geen noodlot dat ongeloof en onrecht alleen maar sterker worden. Dat is juist wat die grote tegenstander van den beginne ons wil doen geloven. Op het gebed kan God wonderen doen, ook nu.

Van een Iraanse vrouw hoorde ik eens een verhaal dat op mij grote indruk maakte. Ze was gevangengenomen, maar mocht tot haar verbazing in de Iraanse gevangenis haar Bijbeltje meenemen. Dat Bijbeltje werd in de gevangenis steeds dunner, vertelde zij ontroerd. Telkens weer waren er gevangenen en personeelsleden van de gevangenis die haar vroegen of zij alsjeblieft een paar bladzijden uit haar Bijbeltje wilde scheuren voor hen, zodat ze het zelf konden lezen. Er was honger naar het Woord. Wonderlijk!

Als je buiten God rekent, ga je mensen tekortdoen. Toen Petrus verlost was, waren de falende wachters niet jarig. Herodes kreeg steeds meer bloed aan zijn handen. De weg van het onrecht en bloedvergieten loopt niet zelden steeds steiler naar beneden, een kwaadaardige spiraal met fatale afloop. Macht zonder recht is een ramp.

Dat zien we ook bij Herodes. Hij komt op een afschuwelijke manier aan zijn eind. Zijn misdrijf? Hetzelfde als over koning Belsazar in Daniël 5 wordt beschreven: God de eer niet gegeven. IJdelheid en eerzucht zijn niet zomaar een onschuldige afwijking. De eigen ik moet van de troon, dienstbaarheid aan God en de mensen moet de toon zetten. Anders draait het vroeg of laat uit op staatsvergoding of een sterke leidercultus. Als heersers niet in God geloven, worden ze betoverd door de macht. Dan gaan ze niet zelden steeds meer in zichzelf geloven en zijn ze tot de wreedste dingen in staat.

Denk maar niet dat de eer van God een notie is die alleen bij de theocratie van Israël hoort. Nee, ook in het Babel van Belsazar en in het Romeinse Rijk waarin Herodes zijn ambt uitoefent geldt dat God de eer toekomt, of we er in geloven of niet. Ook vandaag mag daarom vrijmoedig de oproep blijven klinken: geef God de eer!

Tot slot. Deze week zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Laten we hopen en bidden dat er in de gemeenteraden veel mensen gekozen worden die in crisistijd een verstandige koers willen volgen. Volksvertegenwoordigers die niet kortzichtig door eigenbelang worden gedreven, maar vanuit het Woord van God uit zijn op het echte welzijn van ons land. Niet gedreven door de geldingsdrang van Herodes, maar geleid door de Geest van Agabus.

De auteur is Kamerlid voor de SGP.

Doe het mogelijke, streef naar het onmogelijke

In de Waalse Kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een Haagse predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van Elbert Dijkgraaf (SGP).

Als ik op zondag naar mijn kerk rijd in het grote Rotterdam, huiver ik soms vanbinnen. De weg die ik volg, rijdt prima door. Er rijden namelijk nauwelijks auto’s. Maar als ik kijk naar de rijbaan er dwars op, zie ik grote files. Mammon heeft zijn tempel opengesteld. En terwijl in Gods huis de grootste rijkdom gratis te krijgen is, staan er rijen voor de kassa’s in het Alexandrium.

Een pragmatisch politicus zal zeggen: „Dat is de werkelijkheid in 2013. Wen er maar aan.” Een principieel politicus zal zeggen: „De winkels horen dicht op zondag! En elk politiek middel is geoorloofd om dat te bereiken.”

Als iemand tegen mij zegt: „Ik ben een principieel denker.” Dan zal ik zeggen: „Prachtig! Zonder principes wordt het niks. Dan krijgen we het pragmatisme van een partij uit de jaren zestig. Dat loopt op niets uit.”

Maar als je principieel wilt denken, maak het jezelf dan niet te makkelijk. Vanuit je studeerkamer is het mogelijk om heel principieel te redeneren. Maar dat verandert snel in het strelen van je eigen ego en eigen zuiverheid.

Het gaat mis als je de huidige politieke situatie verheft tot norm. Maar tegelijkertijd kun je als gereformeerd theocraat niet altijd het absolute willen. Maar als theocraat mag je wel het uiterste zoeken. Als je daarbij maar uitgaat van een werkelijkheid waarin de zonde diepe voren heeft getrokken.

Vergelijk het met een opstandige puberzoon. Zolang hij van zijn vader houdt, kan zijn vader hem met kracht tot de orde roepen. Maar als de liefde verloren is gegaan, verwordt tot de orde roepen vaak tot het verder uiteendrijven van vader en zoon. Tact is dan nodig. Herstel van vertrouwen. Hernieuwde liefde. En dan ontstaat opnieuw het klimaat waar niet alleen het mogelijke, maar ook het ideale bereikt zou kunnen worden.

De meeste Nederlanders hebben er geen enkel besef van dat God lief te hebben boven alles het grote gebod is. Dat komt doordat ze op zondag totaal andere dingen doen dan goed voor hen is. Daar moeten we tegen strijden. Het is niet moeilijk om de staf te breken over al die mensen die letterlijk en figuurlijk spotten met God en zijn geboden. Argumenten en Bijbelteksten genoeg om libertijnen mee om de oren te slaan. Maar moet je dat ook doen?

Soms wel, inderdaad. Maar niet altijd. Niet als je met die staf mensen van je af slaat in plaats van dat je ze trekt naar de boodschap van het heil. Dan ben je juist averechts bezig. De mensen kunnen zich immers vrij eenvoudig afkeren van een dergelijke preek. Als er mogelijkheden worden geboden, moet je in ieder geval proberen op een verantwoorde manier verslechtering tegen te gaan.

Een mooi voorbeeld is de SGP-fractie in het Gelderse Doetinchem. Die liep zich het vuur uit de sloffen om ervoor te zorgen dat er geen uitbreiding van het aantal koopzondagen kwam. Men vroeg via enquêtes wat bevolking, werknemers en winkeliers ervan vonden. In meerderheid zagen die er niets in. Dat hielp om anderen te overtuigen. Uiteindelijk won men twee weken geleden het pleit met zestien tegen veertien stemmen. Tegen alle verwachtingen in. Zelfs GroenLinks en een PvdA’er stemden tegen uitbreiding. Waarom? Omdat argumenten hen overtuigd hadden. Dat is duurzamer dan via slinkse wegen of machtspolitiek dezelfde uitkomst afpersen.

Zulke successen mogen er niet voor zorgen dat we op onze lauweren gaan rusten. Hoewel even stilstaan bij de ontvangen zegen op het werk natuurlijk niet alleen mag, maar ook moet. Maar dan opnieuw de hand aan de ploeg. Het ideale moet namelijk wél nagestreefd blijven worden.

Dan kunnen we als politici niet zonder de dienaren van het Woord. Al was het alleen al omdat wij politici, gelukkig, op zondag niet mogen werken. Maar veel dieper gaat het. De kerken worden opgeroepen mee te strijden met de wapenrusting Gods. Kerk en staat strijden samen. Op zondag onder aanvoering van de kerk, doordeweeks samen optrekkend. Als we duurzame verbetering willen, dan zal bekering nodig zijn. Zonder overtuiging, geen overbuiging.

Nog even terug naar mijn autorit naar de kerk. Ik zie de files staan richting het Alexandrium; de eindeloze rijen voor de kassa’s. Ik huiver. Maar uiteindelijk verjaag ik die huiver en neem mij voor om des te harder te strijden voor Gods geboden. Ik gun dat winkelend publiek hun nieuwe bed wel. Maar nog vele malen meer gun ik hun de rust die alleen te vinden is in Gods eeuwige waarheid. Dan blijven winkels dicht. Dan hoor ik in de verte opkomend gezang: „Dan ga ik op tot Gods altaren, Tot God, mijn God, de bron van vreugd.”

De auteur is Kamerlid voor de SGP.

Omgaan met politieke spelletjes

In de Waalse Kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een Haagse predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze toespraak is van Kees van der Staaij (SGP).

Nehemia moet opkrassen en de muur moet gesloopt worden. Daar is de hele oppositie het roerend over eens. Sanballat, de stadhouder van Samaria, vindt het. Tobia uit Ammon pleit ervoor, en Gesem uit het gebied ten zuiden van Juda sluit zich erbij aan. Zij zijn woedend: als die muur er komt, gaat hun machtspositie eraan!

Met slinkse politieke spelletjes proberen ze de bouw te verijdelen. Ze maken het bouwproject belachelijk. Ze komen met valse beschuldigingen tegen Nehemia. Ze beweren dat hij gewoon een opstand tegen de Perzische koning aan het voorbereiden is.

Ze proberen linksom of rechtsom de bouwplannen te dwarsbomen of te vertragen. Dat doen ze met intimiderende brieven en herhaalde uitnodigingen voor een rondetafelgesprek. Ze zeggen: „Kom nou toch eens praten, Nehemia!”

Nehemia trapt er niet in. Hij laat zich niet van de wijs brengen. Hij doorziet de politieke spelletjes. Nehemia weet dat er een geestelijke strijd achter zit. Hij beproeft de geesten of ze uit God zijn.

Deze geschiedenis is brandend actueel. Christenen in politiek en bestuur moeten niet naïef zijn. Ze moeten politieke spelletjes ontmaskeren. Ze moeten de doorwerking van de zonde onderkennen. Ze moeten de schijnwerpers van het Woord plaatsen op de gebeurtenissen van vandaag.

Laat ik het toepassen op de actuele politiek. Vorige week hadden we het in de Tweede Kamer over het burgerinitiatief ”Sloop de muur”, dat zich keert tegen het veiligheidshek dat Israël heeft geplaatst om niets en niemand ontziende terroristen tegen te houden. We kunnen spitsvondige debatten voeren over de braafste uitleg van het internationaal recht, maar dan peilen we niet diep genoeg. Een studeerkamerdebat doet geen recht aan de bittere werkelijkheid van blinde haat tegen Israël. Aan die werkelijkheid kunnen en willen we niet voorbijgaan. Daarom moeten de gerechtvaardigde veiligheidsbelangen van Israël voorop staan.

Wie zich wil laten leiden door het Woord van God moet wars zijn van politieke spelletjes. Die moet zelfs spelbreker durven zijn! Woord met een grote W staat haaks op politiek met een kleine p. Politieke spelletjes staan voor oneerlijkheid, onoprechtheid, afbrekend. Als we in de spiegel van het Woord kijken, zien we iets héél anders. Dan zien we de oproep om eerlijk te zijn, oprecht, opbouwend. Dát zijn vruchten van de Geest.

Juist als we rekening moet houden met tegenstand en tegenwerking, zoals Nehemia, is het des te meer van belang dat wij geen misstappen begaan. Dan moeten wij juist níét meedoen aan politieke spelletjes. Geloof maar dat de vijanden van Nehemia hebben gekeken of ze iets op zijn gedrag konden aanmerken.

Kun je als christen nog wel politicus, kun je nog wel bestuurder zijn, als je ziet welke politieke spelletjes er allemaal gespeeld worden? Nehemia laat zien dat het kan. Hij zoekt zijn kracht bij God – bidden en bouwen gaan hand in hand. Zo’n houding, zo’n gebedsleven maakt immuun voor politieke spelletjes.

Bovendien was hij een integer en professioneel bestuurder. Hij maakte goede plannen en doordacht strategieën. Daar is niets mis mee, integendeel. Hij voelde goed aan wanneer de tijd rijp was om zijn plannen te verwezenlijken en hield koers. Juist daarom was hij geen speelbal van de politiek van zijn dagen. Nehemia liet zich niet ontmoedigen door tegenstand. Niet omdat hij zelf zo goed en zo slim was. Maar omdat hij z’n antwoord klaar had als Sanballat en Tobia en Gesem hem weer eens vroegen: „Waar ben je toch mee bezig?”

Dan antwoordde hij vol vertrouwen: „De God van de hemel, Die zal het ons doen gelukken!” Zo was het! Zó’n vertrouwen geeft een ongelooflijke rust en ontspanning.

De auteur is lid van de Tweede Kamer voor de SGP.

Politiek van troffel en zwaard

In de Waalse kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus een toespraak houdt. Deze toespraak is van dr. R. Bisschop.

„Alleen treedt toch niet op als partijman, maar doe juist zo, alsof er geen tegenstellingen zijn, ja, alsof het onmogelijk is dat iemand iets tegen zou hebben op datgene wat jij voorstaat. Partijen zullen zichzelf vernietigen. De waarheid gaat rustig, bescheiden, ernstig, zacht haar gang, doet goed, stoort zich nergens aan en zondigt niet tegen de liefde, die ieder welgezind is, en die zich verwondert dat anderen niet willen wat zij wil. Zij is met haar goud niet verlegen.” Zo schreef de bekende Nederlandse theoloog Hermann Friedrich Kohlbrugge rond 1850 aan zijn goede vriend Johannes Wichelhaus, hoogleraar theologie in het Duitse Halle.

De laatste maanden heb ik als jong Kamerlid nogal eens aan dit citaat moeten denken. Uiteraard realiseer ik me dat we Kohlbrugges advies aan zijn jongere vriend moeten lezen in de context van de toenmalige theologische en kerkelijke verhoudingen in Duitsland, en dat zijn raadgevingen dus geen politieke adviezen waren. Maar toch, zouden deze wijze raadgevingen, met inachtneming van de onderscheiden terreinen van kerk en overheid, ook geen bredere betekenis kunnen hebben, en bijvoorbeeld van toepassing zijn op de huidige politieke en bestuurlijke verhoudingen?

Wees geen partijman, partijen zullen zichzelf vernietigen – is het niet zo dat het nastreven van eigenbelang, partijbelang of oppositie de stabiliteit van het openbaar bestuur en van het algemene welzijn bedreigt?

Doe alsof er geen tegenstellingen zijn, alsof het onmogelijk is dat iemand iets tegen zou hebben op datgene wat jij voorstaat – maken polarisatie, oppositie en politieke spelletjes als zodanig de verwarring niet alleen maar groter en de tegenstellingen scherper?

Volg de waarheid, die rustig, bescheiden, ernstig en zacht haar gang gaat – geldt ook niet voor het politieke leven dat de overwinning niet behaald wordt door handig politiek opereren, door kracht of geweld, maar dat alleen Gods Geest harten kan overtuigen?

Kohlbrugges adviezen herinneren aan het optreden van Nehemia, aan de tijd van de wederopbouw van de Joods natie, toen de ballingschap van het Joodse volk voorbij was. Ze zijn als de troffel die het bouwende volk moest hanteren: constructief, opbouwend, samenbindend.

Ze herinneren ook aan Jeremia, aan de tijd toen de ballingschap van het Godsvolk nog maar net begonnen was. Zoek de vrede van de stad waarheen u de Heere gevankelijk heeft doen wegvoeren en bid voor haar, schrijft Jeremia aan de ballingen in Babel, want in haar vrede zult ú vrede hebben.

Zet je, niet alleen als politicus, maar in elke maatschappelijke positie, in voor de publieke gerechtigheid, gebaseerd op Gods Woord, dat ook –of misschien wel: juist– in deze verwarrende tijden van crisis en verharding voluit zeggingskracht heeft. Beijver je, gedreven door de liefde van Christus voor verloren zondaren, om de waarheid te dienen en je naaste te redden.

Dat is de eerste, expliciete les die ik uit Kohlbrugges adviezen zou willen trekken, met als metafoor de troffel.

Ja maar, hoe kan dat dan? De fundamenten van de publieke moraal worden openlijk aangetast. Klassiek-christelijke waarden moeten plaatsmaken voor nieuwe interpretaties van grondrechten en mensenrechten, voor vrijheid en voor gelijkheid. Maar hoezeer die op zich ook van waarde kunnen zijn, ze zijn volstrekt ontoereikend om de publieke moraal hecht te funderen. Als een democratie niet gevoed wordt door hogere waarden dan die van de autonome menselijke wil, is haar lot bezegeld; dan is ze tot de ondergang gedoemd – zoals de eminente historicus Van Deursen terecht waarschuwde.

Nehemia rustte zijn volk ook toe met een zwaard om Gods zaak –toen concreet: de wederopbouw van Jeruzalem– te verdedigen tegen kwaadwillende krachten. Zo is de overheid door God gegeven als een weerhoudende macht die de doorwerking van het kwaad moet tegengaan.

Kohlbrugge bedoelde met zijn advies aan Wichelhaus niet dat deze het zwaard van de Geest maar in de schede zou moeten laten. Integendeel, op zijn plaats en op zijn wijze moet hij strijden voor de waarheid. Echter nooit gedreven door partijbelang, maar in de dienst van Gods Koninkrijk en met de middelen die daartoe behoren.

Dat is de tweede, impliciete les die ik uit Kohlbrugges adviezen zou willen trekken, waarbij het zwaard als metafoor kan dienen.

Zo komen troffel en zwaard bijeen: bouwen en beschermen. Dat is onze taak. Werkend vanuit het besef dat we allen deel uitmaken van de geestelijke strijd die gaande is tussen het rijk van de duisternis en het rijk van het licht. Een strijd die zal duren tot de terugkomst van onze Heere Jezus Christus.

Wij leven in de tussentijd. De strijd is al gewonnen, maar in verlangende afwachting van Zijn tweede komst moeten we zowel de troffel als het zwaard hanteren. Waarbij geldt: de vreze des Heeren is het beginsel der wijsheid. Ora et labora!

De auteur is Kamerlid voor de SGP.

Paus leest roomse traditie terug in Bijbel

Benedictus XVI treedt morgen terug als paus. Zijn laatste theologische uiteenzetting was typisch rooms-katholiek, waarbij hij de roomse traditie teruglas in de Bijbel, aldus dr. Leonardo de Chirico.

De wereld was geschokt toen Benedictus XVI zijn aftreden als paus van de Rooms-Katholieke Kerk aankondigde. Eeuwenlang was het niet gebeurd dat een paus aftrad. Tot hun dood bleven zij in hun ambt. De paus deed zijn aankondiging in het Latijn, niet echt de voertaal van vandaag. Journalisten haastten zich naar latinisten om er zeker van te zijn dat zij zich niet vergisten, alvorens ze het nieuws de wereldkundig maakten.

Paus Ratzinger deed iets opvallend nieuws, maar hij deed het op een erg ouderwetse manier. Zelfs bij een van zijn laatste handelingen als paus was hij zowel modern als traditioneel. Daarin herkennen we de rooms-katholieke manier van doen: de traditie hooghouden, maar tegelijkertijd voortdurend veranderen.

De laatste ”lectio” (een soort theologische meditatie) die Ratzinger op 8 februari gaf aan een groep studenten van het grootseminarie in Rome geeft een goed zicht op zijn loopbaan als paus. Het was niet zijn laatste toespraak als paus, maar wel zijn laatste theologische uiteenzetting voordat hij zich terugtrekt. In zekere zin is deze lectio een soort prisma waarin heel zijn onderwijs uit de Bijbel in een notendop gezien kan worden.

De tekst was 1 Petrus 1:3-5, een heel compacte tekst vol theologische rijkdom. Benedictus XVI gebruikte al zijn catechetische vaardigheden om hem uit te leggen. Zijn commentaar is grondig, zoals je mag verwachten van een eersteklas theoloog. Toch laat het duidelijk de speciale rooms-katholieke mix zien van Bijbeluitleg.

Encycliek

Bij de introductie van de brief stelt Ratzinger dat het gaat om de „eerste encycliek” die de plaatsbekleder van Christus aan de kerk stuurde. Een encycliek is in het algemeen gesproken een rondzendbrief, maar technisch gesproken is het een brief die de paus stuurt aan bisschoppen, geestelijken, gelovigen en mensen van goede wil en die handelt over leerstellige en/of pastorale thema’s.

Vanaf 1740 sturen pausen regelmatig encyclieken. In ieder geval is het dus historisch gezien niet correct om 1 Petrus met een pauselijke term te beschrijven van 1700 jaar later. Zelfs als we de algemene betekenis van het woord encycliek (rondzendbrief) nemen, werd 1 Petrus niet als eerste nieuwtestamentische tekst geschreven. Paulus’ eerste brief aan de Thessalonicensen is waarschijnlijke het vroegste document van het Nieuwe Testament. Dus al voor Petrus zijn eerste brief schreef, waren er andere apostolische brieven.

Achter deze historische details zit de boodschap die Benedictus wil overdragen van een voortgaande continuïteit tussen Petrus die zijn brief schrijft en toekomstige pausen die hun encyclieken schrijven. De paus verbindt de Bijbelse brief aan moderne encyclieken en Petrus aan moderne pausen. Deze claim is hermeneutisch geladen met de rooms-katholieke uitleg van Petrus’ ambt en successie, maar komt niet op uit de tekst van de Schrift zelf.

Plaatsbekleder

Het is ook niet toevallig dat Benedictus XVI in zijn lectio spreekt over Petrus als ”plaatsbekleder van Christus”. Nadat hij terecht gememoreerd heeft aan de wijze waarop Petrus zichzelf introduceert als apostel, vervolgt hij met te zeggen dat Petrus aangesteld was als „de eerste apostel, de plaatsbekleder van Christus.” Petrus schreef vanuit Rome (het ”Babylon” uit 5:13), wat volgens de paus theologische betekenis heeft. Als plaatsbekleder van Christus en gezien zijn wereldwijde ambt gaf Petrus eerst leiding aan de Joodse kerk (Jeruzalem) en uiteindelijk aan de kerk uit de heidenen (Rome).

De titel ”plaatsbekleder” komt niet bij Petrus zelf vandaan. De apostel spreekt over zichzelf als ouderling tussen andere ouderlingen, een mede-ouderling (5:1). De tekst geeft geen enkele aanwijzing dat Petrus de titel ”plaatsbekleder” zou hebben ontvangen, wat dat ook moge betekenen. Petrus denkt niet over zichzelf als iets wat zijn mede-ouderlingen niet zijn.

Het is zelfs zo dat Petrus het hele volk van God beschrijft als „een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk” dat geroepen is om de deugden van God te verkondigen. Het feit dat Petrus Rome definieert als Babylon kan weleens een apocalyptische betekenis hebben in plaats van dat het een verwijzing is naar zijn wereldwijde eerste pausschap. Weer is Ratzingers interpretatie geladen met betekenissen die behoren tot de rooms-katholieke traditie, maar niet kunnen worden teruggevonden in de tekst van de Schrift.

Er zit veel wijsheid in Benedictus’ laatste lectio over 1 Petrus. Maar het is wel een wijsheid die voortkomt uit bepaalde rooms-katholieke vooronderstellingen die bepalend zijn voor zijn manier van lezen en die niet door de Schrift zelf wordt geleid.

De auteur is theoloog en vicevoorzitter van de Evangelische Alliantie Italië.

Ware wijsheid komt van boven

In de Waalse kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Gisteren sprak mr. Kees van der Staaij (SGP).

Wat je ook van het nieuwe kabinet vindt, over één ding is iedereen het wel eens. Het kwam vorige week, bij het debat over de regeringsverklaring, meer dan eens terug: de nieuwe ploeg heeft veel wijsheid nodig.

Maar ja, wat is wijsheid? Is het wijs dat PvdA en VVD met elkaar in zee gaan? Nee, dat is verraad aan je eigen uitgangspunten, roept de een. Het zijn allemaal plucheplakkers!

Jazeker, het is wijs, dat is juist over je eigen schaduw heen springen, zegt de ander. Het land moet toch geregeerd worden!

En is het wijs dat ze zo snel al tot een akkoord zijn gekomen? Jazeker, zegt de een, juist in crisistijd moet er snel gehandeld worden. Er is al zo veel tijd vermorst. Nee, helemaal niet, roept de ander. Kijk maar naar dat gedoe rond die zorgbelasting – ze wisten niet eens goed waar ze ja tegen zeiden. Haastige spoed is zelden goed.

Wat is wijsheid? Iedereen is het erover eens dat wijsheid onmisbaar is. Dat je niet zonder kunt. Wijsheid, om op het juiste moment de juiste beslissingen te nemen. Maar of een beslissing wijs is – daarover lopen de meningen vaak heftig uiteen.

Hoe weet je wat wijs is? Je kunt het vragen aan adviesorganen, aan denktanks. Je kunt referenda houden en enquêtes. Je kunt kijken hoe het vroeger ging en hoe het in andere landen gaat. Dat is allemaal heel nuttig, en levert vaak zeker wat op. Maar lang niet altijd is het doorslaggevend. Heel vaak moeten er knopen doorgehakt worden, terwijl we nog niet precies weten hoe iets zal uitpakken. De tijd zal het moeten leren zeggen we dan.

Maar gelukkig is er meer te zeggen over wat werkelijk wijs is. Ook voor de politiek. Als we het alleen met onze eigen wijsheid moeten doen, zou het er niet best uitzien. God heeft in Zijn Woord ordeningen en leefregels gegeven waarop wij mogen bouwen, waarnaar wij ons moeten richten, voor een werkelijk wijs beleid. Het heeft geen dageraad, geen toekomst, als we die wijsheid aan de kant schuiven – als we de waarde van het huwelijk miskennen, de zegen van de zondag negeren, de bescherming van kwetsbaar leven veronachtzamen.

Maar ook als we oog hebben gekregen voor de wijsheid van Gods Woord hebben wij in alle vragen die er op ons afkomen niet zomaar de wijsheid in pacht. Bij alle ingewikkelde vragen die er op ons pad komen, beseffen we ook dat wij maar beperkte mensen zijn. Dat we in een gebroken werkelijkheid leven. Dat wijzelf ook verlegen om wijsheid zijn.

Hoe kom je aan wijsheid? Aan fijngevoeligheid om te zien waar het op aankomt, aan de intuïtie om een verstandige keus te maken? Jakobus wijst de weg. Indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere! Wijsheid is geen verdienste, is niet iets wat je kunt aanleren, maar is een Godsgeschenk.

In Jakobus 3 wordt verder uitgewerkt wat de ware wijsheid is. „Maar de wijsheid die van boven is, die is ten eerste zuiver, daarna vreedzaam, bescheiden, gezeggelijk, vol van barmhartigheid en van goede vruchten, niet partijdig oordelende, en ongeveinsd” (vs. 17). Die wijsheid is nauw verbonden met het geloof in Hem, Die de Wijsheid Zelf is, Die van boven is neergedaald om dwazen wijs te maken. De ware wijsheid komt van boven. Het is een geschenk van God om wijs te zijn in moeilijke tijden. Daarom roept Jakobus op tot gebed.

God moet erom gevraagd worden: „dat hij ze van God begere.” Aanhoudend, vasthoudend wijsheid afsmeken van God. Daarom is het goed dat we persoonlijk om wijsheid bidden. Maar ook heel waardevol en gepast als dat publiek gebeurt: denk aan het ambtsgebed dat verschillende gemeenten nog steeds kennen.

Jakobus wijst op de gevende God. „Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt.” Onwijzen die hun toevlucht nemen tot de troon van de genade, horen geen verwijt. Nee, God is niet alleen een God Die wijsheid kan geven, maar Hij is ook genegen tot geven. Sterker nog, het is een zekere belofte: „en zij zal hem gegeven worden.” Iemand die werkelijk verlegen is om Gods wijsheid en oprecht vertrouwt op Gods belofte, zal nooit met lege handen achterblijven.

Dit betekent niet dat we gemakzuchtig achterover kunnen leunen. Dan misbruiken we Gods Woord of beloften als dekmantel voor luiheid. Groen van Prinsterer zegt het heel scherp: „Het deeg van de wetenschap is nodig, indien men prijs stelt op degelijkheid. Onze traagheid mag geen verkeerd excuus hebben in de algenoegzaamheid van Gods Woord.” Wij moeten dus hard werken en studeren; dat geldt juist ook christenen in de politiek. Maar altijd in het besef dat eigen wijsheid tekortschiet. Juist als we beseffen dat onze wijsheid tekortschiet, komen we dichter bij de wijsheid: om het van God te verwachten, van Hem wijsheid te begeren!

De auteur is Kamerlid voor de SGP.